is toegevoegd aan uw favorieten.

De philarche of vorsten-vriend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C I20

De ïl. Keizer, 't Zou mij leedt zijn, eene verwaande

gedachten van mijn zelve te voeden, als of ik als Keizer uit kracht mijner rangen hooge geboorten, meer S'uivereine' aanfpraak op gezond verfland zou hebben, dan andere men-' fchcn: maar het gedrag van de Prins Erfdadhouder verdient' bij mij alle achting, ja gij kunt u niet verbeelden , wat prijs ik op zijn perfoon om zijn gedrag delle , en ik zal u reden geeven, toets dan, of ik gelijk hebbe : wanneer ik voor een jaar of drie vier mijne rijze door de Nederlan-1" den deedt, was die Republicq in Oorlog met Grootbrittanje, de beoaardlte lieden beklaagde hun Vaderland en verkreegen den toenaam van Anglomaanen ; zij fpraaken vara; den Prins als van eene Heer die fints zijne komst tot het' openbaar bewind, getracht hadt de Republicq in een (laat van tegenweer te brengen, óm ten minden tegens gemakkelijke invallen van de landzijde, en voor dtooperijen ter zee gedekt te zijn, die lieden fpraaken met alle befebeidenheidvan 't Franfche Hof: maar beoordeelden 't toekooniende, gelijk der wijsheid eigen is, uit het voorleedenen, en Ao. 1672. en 1673. laagen hun nog dwars voor 't hart: minder bedaart waaren de overigen, zij raasden tegens de Engelfche en Engelschgèzinden , en naardemaal de Prins Erfdadhouder geene Soldaaten uit deenen of draakentanden Ütonde doen voortkoomen , noch Scheepen zoo haastig als Mentor voor Thelemachus , koude bouwen, fchreeuwden de fchreeuwers over inaétiviteit; maar't bleef'er niet bij, de uitgezogde laster wierd" uitgebraakt, tegens den Prins Erfdadhouder , den Hertog Maarfchalk, en al wat adel was, en zich, zijner geboorte waardig, gedroeg; in eene van de Land-provintien hadzich.een kleinen Baron opgeworpen , en wierd het hoofd van de Cabaal in 't geheeie Land, de Prins kon in zijn eigen Hof niet alles wat hem naderde, ja brood met hem at vertrouwen, en den Hertog wierd hem voorgedeld als een man die alle vertrouwen en achting der Natie verlooren hadt ; ja men trachte de Prins daar heen te brengen, tegens dien Vorst zelfs zijn hand te leenen, als wanneer ik bij mijn Maarfchalk dien zelfden Hertog een bezoek aflag zonder ceremoniën en hem mijn woord ('t welk bedendig is) gaf, dat ik mij revengeeren zou over den hoon hem aangedaan : ik was benieuwt de rol te zien welke de Prins zou fpeelen, en betuig u plechtig dat ik ontroerde als ik hem zag, vreezende dat zulk een voorbeald van goedaartigheid een pas mogt doon die hem in gevaar delde, hij hadt moogiijk reden te vreezen dat bet Hof van Berlijn tegens hem ingenoomen waare , wat veruonwen kon hij op mij hebben , zijn leeven was in aller P 3 han-