Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 25 )r-

Om de vreugde nog meer te volmaaken, ging zij in de keuken, nam een porceleinen bord, legde den ruiker daarop , en nu liep zij al huppelende de trap op naar haar' Moeder. Dan—Lotje ftruikel de—viel — en paf! daar lag het porceleinen bord in honderd Hukken, en de ruiker vloog een heel eind wegs voord. De Moeder, dezen val in haar' kamer hoorende, fnelde onmiddellijk de deur uit, en naauwlijks zag zij het gebroken bord, of zij keerde te rug, haalde eene roede , en , zonder één éénig woord over hec bord, of het oogmerk te fpreken, waartoe het dienen moest, ging zij vol woede op het arme Kind los.

Lotje intusfchen was over den val, over het gebroken bord en over de roede , reeds half dood van fchrik, en was buiten Haat, om iets anders te zeggen , dan ,, lieve Moeder ! lieve Moeder 1".— Doch ook dit baatte niets. „ Gij, ftoute bengel!" fchreeuwde de Moeder: „ zult gij mij zulk een mooi bord zo moedwillig breken!" en gaf haar tevens een geweldigen ilag om 't hoofd.

Lotje, bij zich zelve overtuigd , dat haar zoo blijkbaar onrecht gefchiedde, werd vertoornd en woedende. 'Er verliepen verfcheiden maanden , eer zij dit vergeten kon ; en nimmer kwam het haar weder in de gedachten, om voor haat' Moeder een ruiker te maaken.

B 5 Koos-

Sluiten