is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen tot het menschelijk geluk.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 439 )—

dat de kwaadfpreker altijd in het duider fchuilt, en nimmer de cordaate man is, die zeggen durft wat hij meent, zelfs niet tegen hen die hij in zijne verbeelding verre beneden zich fchat. — Wat is hij derhalven ? een poltroii, die op het rislen van een blad beeft, voor zijn eigen fchaduw fchrikt, en kruipen kan, waar het geëischt wordt. — Waaraan is hij gelijk ? Aan een moordenaar, die het licht fchuuwt , om niet bekend te worden , en dus de verdiende ftraf te ontgaan, ons met een aangeftreken ponjaard in eene duiftere hoek opwacht en doorfteekt , zonder dat wij weten, vanwaar ons de wond wordt aangebragt. — Wie nu , die eene redelijke ziel bezit, moec niet met verachting neerzien op die weezens, welken de galg mis lopen, enkel omdat de Maatfchappij 'er geene opricht tegen lasteraars en kwaadfprekers, zo wel als tegens afzetters en huisbraakers ? Ondertusfchen is het voor een eerlijk man , al ware hij zelf behoeftig, minder drukkend, dat men hem zijn beurs ontneemt, dan dat men zijne eer fchendt ; dat men hem misdaaden aantijgt , die hij niet begaat, en zijn weldenkend hart befehuldigt van wanbedrijven, waaraan het nooit dacht, en die de laster alleen kan nk« denken, om zijn evenmensch haatlijk te maaken, tot bevordering van eigen glorie. Zulke gebeurdnisfen echter ik heb, meer dan te veel , waargenomen in den kleenen kring, waarin ik omwandele. Ik durf zeggen , Menfchen te kennen , voor wier redelijk gedrag ik in meer dan één opzicht zou durven inftaan, en die ik heimelijk hunne eer heb zien ontfteelen , door geene mindere befchuldigingen , dan heimelijke

dronk-