Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 513 )—

werken,hiertoe «rekkende, in handen te geven. Gelukkig nog al , indien 'er voor het verklaaren der Oudheden, en ophelderen der duistere plaatzen , welke in zodanigen Schrijver voorkomen , zomwijlen nog eenige oogenbükken overfchieten.

En, belangende de openlijke Leeraaren der Laiijnfche fchoolen , zal het zeker niemand vreemd voorkomen, dat lieden, die meestal eene jaarwedde genieten, bij lange niet toereikende, om, met hun huisgezin, daarin een redelijk en matig beftaan flechts te vinden: dat dezen, zeggen wij, het meestal aan lust en opgewektheid ontbreke, om hunne aifcipelen , zo veel mooglijk , ook buiten de aan hun volftrekt voorgefchreven, taak der taalkunde , van wezenlijk, van het uitgebreidst nut te zijn; terwijl, aan de andere zijde, hunne tijd, dien zij, eer vervulling van het ontbrekend beftaan , voor andere afzonderlijke onderwijzingen, het beftuuren van kostkiuderen , of zoortgeiijke bezigheden , moeten behouden , het hun geheel onmooglijk maakt, ter verkrijging van meerdere kundigheden , nog dagelijks eenige uuren te koste te leggen.

En, indedaad, deze fchets is niets minder, dan overdreven. Ja, zoude men het bijkans gelooven kunnen, dat 'er eene,niet onaanzienlijke , Stad in ons Vaderland gevonden wordt, waar de verè'erende tijtel van- C u r at or der Schooien niets meer, dan flechts een enkele klank geworden zij? — waar zelfs, in verfcheiden jaaren agtereen, geene enkele reis een behoorlijk onderzoek naar de gemaakte vorderingen der Jeugd gedaan, en dus ook even weinig

eeui"

Sluiten