Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 514 )-

Wanneer, na ontftaane oneenigheid, geen van belden ter verzoening gezind is, is het immers zichtbaar , dat men flechts overlegt, hoe men zich van elkander op het b'uterfte wreeken zal. Elke partij wil dan de beleedigde zijn , en welke van beiden zal het niet gelukken, den anderen , middellijk of onmiddellijk, te benadeelen ? De wraakzuchtige verbindt zich nu met alle andere vijanden van zijne tegenpartij ; valfche verfpieders , kwaadaardige vleiers , vcrachtlijke bedriegers hebben een vrijen toegang tct hem, zo haast zij maar werktuigen zijner wraak kunnen worden. Elke zege over zijnen vijand voedt zijnen hoogmoed, zijne laatdunkendheid, en vreugd over des anders leed en fchaade , en verhardt zijn hart. Haat en wraakzucht zijn nu de drijfveeren zi'ner daaden. Hij veroorloft zich alle middelen , om zijnen vijand te benadeelen, zonder angstvallig te onderzoeken , of de reden , het geweten , de godsdienst, en burgerlijke wetten, dezelve veroorloven. Zijn dagelijkfche omgang met anderen wordt een kunftig zamenweefzel van intrigues, wijl hij alle de vrienden van zijne partij niet kent, of ze overal niet ontwijken kan. Men kan dus veilig genoeg vooronderftellen , dat de onverzoenlijke, dagelijks, eene menigte van ongerechtigheden begaat, en men gaat niet te ver , wanneer men hem, in dien toeftand, den eernaam van een ftreng eerlijk man ontzegt. Hij kan zeker, met zulk eene gemoedsgefteldnis, nog wel goede daaden verrichten; maar, welke zwakheden moet men niet in het charakter van

eenen

Sluiten