Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REIZEN DOOR S WITS E RL A ND» 29

Hier bij kan- men ook voegen. Dat men op een kleinen afftand van de uiterfte eindens der ijsvelden gewoonlijk groote granietfteenen vind. Deeze fteenen zijn zeker van de bergen op het ijs gevallen; hebben deszelfs voortgang gevolgd ; en zijn in de vlakte bij het fmelten of het wegzinken van het ijs het welk die onderfteunde terneergeftort. Deeze fteenen die de inboorlingen Moraine noemen, maaken een foort van grenzen bij den voet van de ijs* valleij uit, en zijn door het ijsveld in deszelfs voortgangen meede geftuwd: zij ftrekken zich zelfs tot de plaats uit die door de grootere denneboomen beflaagen word.

Dewijl vericheiden Schrijvers over Sivitferland integendeel gepoogt hebben te bewijzen , dat de fneeuw en het ijs geduurig in de Alpen vermeerderen , zal ik hier eenige weinige verbeterde aanmerkingen ter neder ftellen , welke mij voorkomen het tegenovergeftelde gevoelen te zullen bewijzen.

Het Beneden - Tsveld van Grindelivald was zedert mijnen eerften togt in 1776. zo aanmerkelijk verminderd , dat de plaats waar dezelve toen eindigde, in 1785. meer dan vier honderd treden van deszelfs voorige ligging was afgeweeken. In de Vallei van Chamounij zag men de Murailles de Glacé of Ysmuuren niet meer, welken ik befchreeven had als de zoomen van het Ysveld van Bosfon uitgemaakt te hebben; en op de plaatfen die toen door het ijsveld van Montanvcrt overdekt waaren, zag ik nu dat jong geboomte opgefchooten was.

De voorftanders der vermeerdering van de ijsvelden

Sluiten