Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Afd. Natuurlyke Rechtsgeleerdheid. 25

flen niet lang, hare aandagt daar op bepaaldelyk vestigen kan. Het zelfde heeft plaats ten opzicht van de gewoonte om zekere fmert te fchuwen. Een mensch, by voorbeeld, aan de luiheid en vadzigheid overgegeven, verkrygteene hebbelykheid, om de lastigheid van allen arbeid, die wat lang duurt, als depestte fchuwen. Legt men hem eenigwerk voor, dat eenigszins uitgebreid is, ftraks gevoelt hy eene onaangename aandoening , ichuift het van zyn' hals, en haat den genen, die hem dat voorleide, als den vyand van zyne rust.

Deze neiging van den wil, welke uit eene valfche afmeting van vermaak en fmert ontftaat, bewyst wel eene zwakheid van de Vryheid, om hare aandagt te vestigen, ( §. 76.) maar wederlegt in geenen deele de beweerde (telling, dat de wetten der natuur klaarblykelyk zyn, en eenen levendigen indruk maken.

§. CCXXVI. Wygeloovcn, bewezen te hebben , dat de bekendmaking van de wetten deinatuur der hoogfle wysheid waardig is. Terecht kan men zeggen, dat zy in 's menfehen hart gefchreven zyn, wegens derzelver klaarblykelykheid, dat is, wegens de vermogens van smenfehen geeft, om eene verzekerde kennis dier wetten te kunnen verkrygen.

De middelen, die God den mensch gefchonken heeft om tot die kennis te geraken, namelyk het zedelyk gevoel, de natuurdriften, de maatfehappy, het verftand, en de reden, hebben wy boven, (in de II Afd. des I. Deels) opgeteld.

£ S Pt

Sluiten