Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de Grieken. 13

van onderaardfch vuur genoegzaam bevveezen.

Zo lang deze landftreek noggoenen buitenlandfchen koophandel dreef, en geene zee* magc had, in ftaat om de roovers, welke op de MiddelandfcheZee zo lang geweest zijn als de winden en onweders, te keer te gaan, was het, uit hoofde der natuurlijke onvruchtbaarheid van den grond , niet mogelijk , dat de bevolking daar aanmerkelijk was.

De eerfte gelukzoekers, welke zich daar verfpreidden , maakten geene (lichting voor zich in het gemeen; zij hielden zich van elkander verwijderd, en bouwden flechts onafhangelijke doipen, welke bij de Athenienfers An/xoi geheeten werden, en waarvan het getal naderhand 170, of in alles 174 beliep : zo dat men door malkander gerekend ten naasten bij twee had op elke vierkante mijl f Deze gehuchten waren voor het grootfte gedeelte genoemd of naar de eerfte huisgezin, nen, welke zich daar hadden neergezet, of B 3 naar

* S tr abo Cetgraph, Lib. IX. et Eustathius) «i Htmtr, II. B.

Sluiten