Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 29 ")

den Wel-Ed: Geftr: Heer J J. Elzevier-, en wel fpecijüijk, aangaande deszelfs beklag aan Hun Ed: Gr: Mog: de Heeren Staaten van Holl: en Westv:, over het aan-, en afzetten van twee zijner Officieren; waar door, naar mijne gedagten, niemand anders, dan P. de Waal, en Mulder bedoeld kunnen worden: een beklag, 't welk mij (onder verbeete-

r.ing) is toegefeheenen zeer affronteus voor de Ed: Gr: Achtb:

Heeren van*'de Weth mijner Vaderftad te zijn ; alzoo die

twee perfoonen, op dringend verzoek van veele Burgers, die volftrekt weigerden ie waaken met twee Officieren, welker karakter ik weet dat UEd: zo wel, ars der braave Rotterdam'-, fche Burgerij, te overbekend is, dan dat ik alledefzelverdaaden zou behoeven op te haaien, na eerst door gem: Heer Kaptein Elzevier aangefteld geweest te zijn, door welgem:

Heeren van de Weth weer zijn afgezet. Of nu welgem:

Wethouderfchap in djf geval we.1, of kwalijk gehandeld heeft, daar over wil ik UEd: met alle onpartijdige menfehen , uit de volgende Haaltjes, die ik met eeden zou kunnen bevestigen, zeer gaarne laaten oordeelen

Weet dan , dat, wanneer l>. de Waal in den jaare 1780, in het winterfaifoen, als Adelborst van IN10. 9, op zeekeren a"ond de wagt had, het als toen gebeurde, dat een Vrouwsperfoon, die ongelukkig in't water geloopen, en door de Klapwakers er uit gehaald was, van koude verkleumd, door

de zeiven wierd in de Hoofdwacht gebragt. P. de Waal,

wel verre van eenig meedetijden met dit mensch te toonen, kon veel eer van zijne baldaadigheid verkrijgen haar in ftilte alle de rokken los te fnijden, en haar vervolgens te vraagen,

of zij ook een glas biers begeerde? Dit mensch hier

beleefdelijk op geantwoord hebbende, ah bet U belieft mijn Beer! en hij haar hier. weer op gerepliceerd hebbende', dat Zij dan maar bij hem zou koomen , zoo ftaat zij op , niet weelende , wat haar wedervaaren was; terwijl haar alle de

Tokken van het lijf vielen, en zij alleen in haar hemd liaan bleef. —— Schoon nu dit fieltenftuk door veele braave Burgers verfoeid wierd; zoo waren er echter ook velen, die er in

een fchaterenden lach over uitbarsteden; zelfs de com-

jnandeerende Officieren toonden er hun genoegen over, 't Welk, natuurlijkerwijze, een fterken voet tot verdere baldaa-

digheden geven moest. P. de Waal dan ziende, dat hij

reeds zoo veel vrolijkheids door die zoo genaamde grap verwekt had, en het gelach nog gaarne, ware het moegelijk, willende verdubbelen, — neemt een brandende kaars; —> ligt het befchaamd mensch het hemd op, enzeide, G.. d...me! ik moet het eens ter deeg bezien.' — trekt haar vervolgens agterover op de bank; — en rteekt haar de brandende kaars tn eene plaats, die mij de betaamlijkheid verbied te noemen: .... Wie gruwt van zoo eene beestachtigheid niet!

Wat dunkt U, mijn Heer! zou dit ééue Haaltje (om vaa D 3 ande-

Sluiten