Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inige daad van blijkbare Onrechtvaardigheid mogen plegen* ten zij, door zodmi <■ ene Onrechtvaardigheid allem,het een of ander dreigend gevaar, 't welk anders onmoogliik, — ONfciooG.ujK zou fetrnnea worden vermeid, zou'afgewenteld, of een fcr'dot heil voor den Staat, 't welk anders, even zo pnmooglf'k zou kunnen worden genóten, zou verkregen kunnen worden. — Wierd deze allerheilzaamfte regel in onz Land nier met alle naaiiwkeürigheid in acht genomen, — dan zou wel haast het Beeld der geheiligde juflitie den blinddoek afgeügt, — den evenaar ontnomen, en het zelve, daar en testen, met alle de bedrieglijke tooiifelen enervalfche, heerschzuchtige , en Tijrannige Staatkunde mogen opgepronkt worden; — dan zou men alie deihoge en lage Juinde Kollegien . ja de frèr'gaderingirh van de Söuv'eraihen des Lands z«l fs, wel dra in S vth- affcbuweliffre mot/fiersherfchapen zien, als waar vo"r den Hozen Krijgsraad heeft weten uit te fchreeuwen, — dan zouden alle die Kollegien, ongetwijfeld met al zoveel rechts, als welgemelden Hogen Krijgsraad, dienen vernietigd te worden . — of zig ten minste zeer gemaklijk den naam van Staalkundige Inquifitte -Raden, of bVillekew rigc Dw'fhget/ttftk Vergaderingen kunnen waardig maken; — en dan zou de braavfte en eerlijkfle burger, alle wiens daden en bedrijven door de reinfte onfchuld beftuurd zijn , geen ogenblik langer van de vredige posfesfie van zijn wettig beroep,— van zijne rust en veiligheid, — van zijne Eer en zijnen goeden naam, — ja van zijn leven zelfs kunnen verzekerd zijndan het een of ander der gedagte Kollegien, misfchieü door één enig nijdig en kwaadaardig Lid opgeltookt, zou kunnen goed vinden, hun van dit alles te gelijk te beroven; dewijl het der lóze Staatkunde toch nooit aan fchooafchijnende voorwendzelen ontbreekt,om zelfs het affchuwlijkst waubedrijv nog enen' aanneemlijken glimp te géven. —

Dit dan nu zo zijnde, zo zouden hier de altereerde vragen deze moeten zijn, door welk gevaar de Republiek word gedreigd, waar van de zelve alleen door de demisfié en verwijdering van den Here Hertog zou kunnen bevrijd blijven? of zig, bij voorbeeld, ook enige de mir.fte grond van vreez opdoet, dat door d'ene of andere naburgie Mogendheid het öorlogs zwaard tegen ons ftaat uitgerukt te worden? en of er, aan den anderen kant, alle grond van verwagting is, dat dat zel'.-d; zwaard, door meergemelden flap, nog gelukkiglijk zal. — en volft-ekt door niets anders kan, in de fcheede gcho i'dfcn wo- den ? — Of dat men ook enige rede heeft van bed icfit te zijn, dat, indien de Heer Hertog niet eerlang van Wijfie aanzienlijke Ee'a'npten ontzet, en van het Territoir va. den Staat v.'-wijderd vorde, de ganfehe Natie als daa gereed is om der Stedelijke Vroedfchaps, en Staats VergadeE 3 rin-

Sluiten