Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Modi. 231

Ivk- volo, nolo, malo, cupio, conor, tendo, audeo, paro (ik ben voornemens), dubito (ik heb bedenken), fiudeo, cogito (ben van zins), poffum, queo, nequeo, oblivifcor , debeo , cogor , incipio , coepi, conptuo, (tatuo, decerno, defino, confuevi, foleo, dicor, feror,

■ videor, ook fomtyds habeo (ik kan), difco, doceo; en de Imperfonalia, gelyk fiat (het is beflooten), licet, libet, poenitet, pudet, piget cet. ook by Dichters paree, fuge voor rioli. B. v. nqlo tibi irajci: dubito illudfacere:. oblitus fum dicere: conftitui, ftaWi, decrevi (fiat) bellum finire: habeo dicere, Cic: didia legere: tu docuifti me fcribere: licet mihi domi maner e: paree (fuge) quaerere.

C) De Infinitivus flaat byzonder by den Accufativus van het Subjeft, daarby omdat, en de Nominativus van

■ het Subieft (laat ; B. v* audio , patrem 'effe doblum; fcio, matrem veniffe. Mea noemt dit gemeenlyk den Accufativus cum ïnfinitivo: duidlyker noemt men het Accufativus van het Subjeft met zynen Infinitivus.

Dewyl hv gefield word , daar wy de Particula du zetten, zo worden de Latynfche Particulae, welke dit dat uitdrukken, quod, ut, quin, ook an, als men het door dat vertaaien kan, weggelaaten, en de Nominativus van het Subjeft word in Óen Accufativus verwisfeld, en het Verbum in den Indicativus gezet, gelyk audio, patrem vivere in plaats van quod pater vivit. Hier moet men twee dingen weten i) waar deeze Particulae gezet worden, of eigenlyk behooren gezet te worden; i) wanneer men ze weglaaten mag of moet.

i) Waar behooren deeze Particulae eigenlyk gezet te wor-

fl)"^,! of ftaat, als er in 't Nederduitsch of gezet word, en er geen dan of op volgt, gelyk: dubito, an pater vivat,

b) Quin dat niet (fomtyds dat) ftaat byzonder agter non ÏÏMto, non dubium efl, quis dubitat? non facere posfum , non fim poteft , param abeft , of non multum abeji, non f as efl cet. B. v. non dubito , ?«"'M« venturus fit i Non facere poffum, quin fenbam: Non. jieri potuil , quin irem : Parum abefi , qvm .eredam. Ook agter ander», B. v. mihi non' potui temp er are, quin cla-narem : Nihil praetermifi , quin Pompcium a Caefaris comunilione arocarem : Nunquam unum dwa J P 4 ft-

Sluiten