Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gheftincn, 30 juli]..

ij verlieten de Valeij van Chamounie , naadat wij , aan dcrzclver zuidlijk einde , Col de Balme, eene ftijle hoogte , beklommen hadden , van welker top wij affcheid namen van Mont Blanc , de Ts-velden, en de Naalden, wier fpitfen wij dikwijls boven de wolken zagen uitfteeken. Een heerlijk gezigt dcedt zich, aan de andere zijde, voor ons op. De diepte der kronkelende Valeij benedenwaarts; de omringende bergen, en derzelver hangende wouden van bejaarde Pijn-boomen, maakten eene allerftaatigfte en majcltieuze vertooning, Naa eene lange wandeling op Col de Balme (want onzen muildieren gaven mij flcgts weinige vermoeids) ontdekte pocock twee jongens, die bezig waren met een kudde Geiten te melken. Wij gingen 'er terflond naar toe , en dronken bijkans een emmer vol keurige melk ledig, waar over wij dermaate in onzen fchik waren, da: wij 'er tienmaal meer voor betaalden , dan de waarde bedroeg. Op den bodem van deezen diepen aftred, (tegen wij op een' andren heuvel, La Fourche geheten, van waar wij een vrij goed eerst kijkje hadden over Walliferland, het aardsch Paradijs van roüsseaü. Vooraan ligt het fleedje Martignie (*_) of Martinac , bebouwd

C*) Bij deeze plaats was het winter-kwartier van Strgius Galla, den Lieutenam van c/esar; doch ik kon gcene ovcrblijfzels

vinden

Sluiten