Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEF XXVII. uit VENETIEN. S9

zijnde over eene Natie den tijran te fpeelen, een Schoolmeester te Korinthen wierd, ten einde zijne wreedheid te kunnen voldoen, met haar op zijne leerlingen üitteoefFenen. Wij reisden den geheelen nagt door, en bereikten 's morgens vroeg dc oevers van den Rubicon, met lucanus in de de hand. Ik befchuldig c/esar niet dat hij Romen aan ketenen floeg, maar Romen, om dat zij zich in fiaavernij liet brengen. Noch maar weinige jaaren geleden, beklaagde ik zijn noodlottigen overtogt over deeze vermaarde rivier, maar thans doe ik dit niet. Dc ondeugden van zijn land hadden het rijp gemaakt voor de fiaavernij; en het was, naar mijne gedagten, onverfchillig of czesar dan pompeus daar van meester wierd. Was Romen altoos deugdzaam geweest, het ware altoos vrij gebleven: en geloof mij, het is uit dat begrip, dat mij het onder 't juk brengen van San Marino waarlijk zou gefpeten hebben, wanneer ik onverfchillig was omtrent dat van Romen. Waarom Bellen wij zoo veel belang bij de behoudenis van Griekenland, gedurende de Perfifche invallen, dan om dat het de vrijheid even vuurig verlangde, als haar verdiende? Verfchoon deeze uitweiding: ik zal nu weder voortgaan.

De Rubicon is een fmalle rivier, die zich naauwlijks fchijnt te bewegen tusfehen haare diepe kleioevers. Aan de Noorderzijde vindt men opfebriftcn op fteeneu, die bijna zijn uitgefleten: althans ik kon ze niet lezen. Errinnert gij u de

be-

Sluiten