Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEF XXVII. uit VENETIEN. 61 •

kanten van welke de fchoonfte Land - huizen en Villas liggen, die ik in Italien gezien hebbe, te

Fufina, de plaats alwaar men van Venetien

komende aan land Hapt: naar welke laatfte zonderlinge ftad wij, over het veer ('t geen men hier de Lagune heet) in een Gondel, een breette van vijf mijlen , geroeid wierden.

Gij hebt moeten befpeuren, dat wij van Romen, met cenigen fpoed, herwaarts gereisd hebben: om dat ons oogmerk was, hier voor Hemelvaartsdag te wezen: een hoogen Feestdag bij de Venetianen , waar op hun Doge met de Adriatifche zee

trouwd, welke uit dien hoofde (fchoon ik

geloove maar alleen bij hen) als aan hun gebied onderworpen befchouwd word. Deeze plegtigheid viel dit jaar op den eerften van de maand Meij in. 's Morgens ten negen uuren ftapteu wij in onzen Gondel, om den Bucentaurus, of Hertoglijke Bark, te zien, den prachtigften, dien ik ooit befchouwde, fchoon onbehouwen en log. Omtrent tien uuren wierd zijne Doorluchtige Hoogheid, i'aul re nier, aan boord gebragt, door alle de vreemde Ministers, de hooge Officieren van Staat, en een groot gedeelte van den Venetiaanfchen Adel. liet vaartuig fcheen trotsch op zijn doorluchtige vragt te wezen; terwijl ontelbaare Peöten , of veriierdc Booten en Gondels, om hetzelve zweefden. Aan alle kanten hoorde men «en allcrverrukkelijkst Muzijk, dat nu en dan wierd afgebroken of verdoofd door het gebulder van het kanon, zoo

van

Sluiten