Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3i MEY 1798. 237

sj ticul der algemeene beginfelen van de Staatsregeling ,5 toetepasfen, en dadelyk effect te doen foneeren op s, het zogenaamde Pondgeld, 't welk de Visfcfiers van s, Katwyk voornoemd, van hunne zuure en dik wils j, met zeer veel gevaar verzelde Visch-vangst t,.t nog 5, toe hebben moeten opbrengen , met bygevoegde „ aandrang, zoodanige voorzieninge te doen, aR noo„ dig zal zyn, op dit door het afgeeven van dat Pond„ geld, dien ondraagiyken last niet biyft voortduu„ ren.

En in aanmerking genomen zynde, dat den 3.

Juny aanflaande de dag is, dat de ingegaarde gelden „ uit het in den Requeste gemelde Pondgeld profluëe„ rende, worden opgehaald, en daar door dezaakbui-

ten haar geheel zoude worden gebragt, by aldien

'er niet eene dadelyke voorziening ten dee/.en ge-

fchiede, heeft de Eerfte Kamer bef loten dat 'er s, is: onverwylde noodzaaklykheid ; en mitsdien be„ floten , dat de Ontfangers van het Pondgeld, van „ de Visfchers te Katwyk aan Zee gevorderd worden„ de, zal worden geinjungeerd , die Penningen aan „ niemand hy zy wie hy zy, hangende de delibera-

tiën van het Vertegenwoordigend Lichaam des Ba^ „ taaffchen Volks, aftegeeven, maar dezelven onder „ zich te houden, tot dat deswegens bygemeld Verte„ genwoordigend Lichaam nader zal zyn gedisponeerd.

„ Zullende by extract, van dit te neemen Raftuit, „ kennis gegeëven worden aan de Municipaliteit van s, Katwyk op Zee , ten einde het zelve, .er ke, nisfe „ te brengen van den Gaarder, van meergemelde

Pondgeld.

„ En zal dit Befluit, overëenkomftig het 60 Ar„ ticul der Staatsregeling, met en benevens het Ross quest van E. J. van Royeu, cum fuis, en de Byla„ gen daartoe betrekkelyk ten fine van bekrachtiging S 2 „ ge-

Sluiten