Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

525 C. q. SALTZMAN

roodzaaklijk een groot onderfcheid gemaakt worden. De iaeehond wordt door (lagen opgevoed, maar een menschdoor voorbeelden. Jesus sikachs zegt wel- Buhr hl Tn hals, terwijl hij „og jong is, (la hel wSer op d n rug, fer. wijl h.j nog klein is;" ninar sirachs, dien ik in mijn hart eene groote hoogachting toedraag, heeft geleefd in zoóLige tnden.waar m men met de opvoeding de? Kinderen nog zoo verre niet gevorderd was, als in onze dagen, waar in dè nieuwe Opvoeders weinig of niets meer van de roede en van (lagen willen weten. VVanneer men flechts zijne gedachten infpant vindt men voorzeker menigvuldige middelen, om v n dé K „deren te verkrijgen , wat men van hun begeert, zonder hei a's honden te handelen Trots en hardnekkigheid'zfjn al een , die

5 en nu 1 ? 'T^' kastijdi»êe» noodzaaklijk maten. \, u.en nu in t geval, dat men zich daar toe genoodzaakt vindt moet men 'er ook wakker op (laan, op dat het Kind 4 echt

HZ Xhneft--Maar k.opPt, dieïeÏL oor

kennen, dat h.j niet weet, hoe een Kind moet behandeld wor.

den" .. . Vervolgends geeft ons kiefer ten dezen aanzien

WW zijnen Zoon koemud het volgende verhaal, het welk w., overfchrijven om te gelijk, van de wijze van vóord agt a du Werk aan de Lezers eene proeve te geven.

„ Ik had vast voorgenomen , hein zonder flagen op te voeden; maar ik had mij bedrogen, en het ging zoo niet als ik wel gewenscht had. Ik vond mij welhaast genoodz aL , om mij van de roede te bedienen." "«u^m , urn

„ KiusjE (een Buurkind , bezocht ons ééns, en brast een pop mede, die «oi„AAD zoodra niet jcn had * f wilde ze ook hebben. Ik verzocht krisje, om ze hein te geven 't welk zij ook deedt. Nadat koen raad de pop een?, gen tijd had gehad, vraagde krisje dezelve te rug \ maar koenraad wilde ze niet geven. Wat zou ik doen? Als ik hem het pr.nteboek gehaaid en gezegd had, dat hij de pop aan krisje zou te rug geven; zou hij het zonder kijf gedaan heb. ben. Maar, dit Kwam mij nu juis[ n,et jn de dach £n

al ware dit ook het gewal geweest , weet ik evenwel niet , of ik het we! eens gedaan zou hebben. Ik oordeelde het nu tijd te wezen, dat. het Kind zich gewennen moest, zijn' Vader te gehoorzamen. Ik zeide derhalven : K o e n r a a d zult gij de pop niet aan krisje wederöm geven?

Neen! andwoordde hij driftig.

Maar het arme krisje heeft immers geen pop.

Neen! andwoordde hij andermaal, huilde, drukte de pop vast san zijne borst, en keerde mij den rug toe

Nu zeide ik regens hem op eenen ernftigen toon: koenraad! £ he?' P°P °°SeDbliklijk s=" krisje te rug geven, ik verde voeten de°dt k0£-nraadï n'j wierP krisje de pop voor

Gqe-

Sluiten