is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen over Jesaia LIII, LIV, en LV.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*32 VIJFENTWINTIGSTE LEERREDE,

woordigen den volledigen inhoud dezer volzinnig» vermaning, welke hier gefchiedt, om den Heers te zoeken en Hem aan te roepen.

Hoe bijster was hier van , tot dien tijd toe, vervreemd geweesd het beftaan der Heidenen, die zig fteeds gekeerd hadden tot de drekgoden , en geen ander genoegen gekend of gezogt hadden, dan 't gene de zinnen ftreelt , en in den dienst van den drie-hoofdigen afgod der waereld, de begeerlijkheid des vleeschs , der oogen , en de grootsheid dezes levens, bejaagd wordt. Van deze dwaasheid worden zij hier te rug geroepen door deze ftem van 't Euangelie, met aanwijzing van den eenigen waaragtigen God, Jehovah, den God van Israël, als 't eenig waardig voorwerp van hunne aandagt, dienst en begeerlijkheid. Dit is hier de nadruk van den naam jbhov ah, welke in den Text voorkomt;deze, hun tot hier toe onbekende God, werd hun nu verkondigd, met toeroeping, zoekt dien Heere en roept Hem aan,

In der daad een allerbetamelijkfte en dierbaarfte vermaning en hevel! Immers;

Is Hij 't niet, die de hemelen gefchapen, en de aarde geformeerd heeft met alle hare inwooners? Komt bet Hem niet toe, ais den allerhoogilen en onafhanglijken God, tot het voorwerp van aller hoogachting, aanbidding, en gehoorzaamheid gefield te. worden?