is toegevoegd aan uw favorieten.

De Messias, in twintig zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92 DE MESSIAS.

Daar vergaêrden de priesters-en oudffc-n onder den volke,

En met de oudften Jozef van Arimatea, een wijze

Onder 't geheele ontaarde gedacht van den godlijken Abram,

Van het getal der overgebieevene weinige eedlcn.

Stil, gelijk de vreedzaame maan in de fcheemrende nachtwolk

Over ons henen vaart, ging Jozef in deeze vergaadring.

Ook kwam Nikodemus, een vriend des Mesfias, en Jozefs.

Kaïfas trad thands heerschachtig voor, zag toornig, en zeide: Eindlijk, Jeruzalems vaders, behooren wij iets te befluiten,

En met geweldigen arm den wederpartijder te vellen:

Of hij volvoert, wat hij reeds voorlange tegen ons uitdacht;

En wij houden dus mogelijkheden ons laatfte vergaadring!

Ja Gods priesterdom, 't geen God zelf op Sinaïs hoogte

Door den grootden profeet voor 's nakoomlmgs nakobmhng gedicht heeft»»

't Geen, in de lange gevangknis, de torens van Babiion zelve,

't Geen, in den florm der waapnen, de fchriklijke zeven heuvels

Niet aan 't.waggelen bragten; dat zal een fterflijke ziener,

Israël, ons, den tempel des Heeren ter fchande, verdelgen.

Is niet Jeruzalem H zijne? Zijn niet de fteden van Juda

Haares vergooden zieners flaavinnen? Verwijdert zich 't volk niet-

Bijgeloovig en blind van den tempel der wijzere vaadren,

Om zijn verleidende wondren in afgelegen woestijnen

Aan te gaapen, die wondren, die Satan hem uit doet voeren?

En wat verblindt wel meerder? wat is voor 't verbaasde gepeupel

Wonderbaarer, dan wen hij zelfs, van den dood, de gedorvncn,:

Of veeleer, van den flaap, de onmagtige kwijnenden opwekt?

En wij zijn vast gerust, en wachten, wanneer ons zijn aanhang

In