Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcheiden van zyn voorige, dat hy die aannam, die men in deezen ftaat voor pligten hield, met afdanking. der natuurlyke, die hem nu niet te pas kwamen ; de befchaafde Menfchenliefde , zoo ondcifcheiden van de algemeene, wierd hy nu wys en in alles, tot zelf in zyne 'vermaaken , richtc hy zich getrouwelyk naar de voorfchriften,. die de gewoonte hem vervolgens zoo eigen maakte, dat zy deplaats der eerfte Vervulde.

Nu wierd Har'.fort een geheel ander Mensch : elke twee Jaar veranderde hy in en uitwendig — want de eerfte verandering kwam hem van buiten aan , maar dat ging langzaam tot het ander uiterfte over, zo dat de veranderingen vasi'binnen naar buiten begonnen en hart fort bragt het zo verre dat men hem noemde een ryk m a n -cn door dit te zyn, was hy de geheele natuurftaat vergceten -- zyne behoeften waaren zodanig veranderd, dat de gcingfte van zyn tegenwoordigen ftand.niet onder de allerminst benodigde van de voorigen te vinden was, zyn vriendfehap, was in betuiginge, die de wellevenheid voorfchreef, veranderd -- zyn gezelligheid was met die uitzondering, die een vermoogend man fteeds moet kenmerken, alleen aan het gezelfchap welke hem omringden, gebonden, en nu wierd hy alleen van zyn" gunfte-

lingen als een groot Man befchouwt. Zyn Lichaam

verzwakte en was ten prooi van bederf en geneesmiddelen; zyn ziel was omzwagteld, door aangenoomen begrippen, door glorie, trotschheid, beuzelaryèn, lafheid en zwakheid -- zyn ja en neen — hing af van zyn humeur of daar hem niemand tegen fprak, van zyn wil; handelende, gelyk hy, door de geenen die boven hem waaren, gehandeld wierd --- willekeurig: Zyn getuigenis, als hy voorfpraak wilde wezen, alles afdoende, maar voor die hy wilde tegen zyn, niets ontzienende, doodelyk. Zyn oordcel dat nu door een geheel andere geleiding werkte — in napraaten of eigcndunkelykc uitfpraak veranderd. -- Zyn doorzigt was alleen fterk door het Eïgenbe'ang ziende, maar was anders gefloten. Zyn Hart verloor trapsgewyze allen gevoel—en dat hem te vooren zoude gegrieft hebben, befchouw.de hy nu in den loop der noodzaaklykheden cn derhalven niet deerniswaardig ; verzadigd, kon hy den ftaat van gebrek zich niet vertegenwoordigen - en daar alle verrichtingen in de Maatfchappy haar bewerkers moesten hebben, befchouwde hy alles welgeplaatst, en dat derhalven niemand reden kon hebben van zich te beklagen, en dat het loon den Hoogfte Eisch van den Arbeider kon zyn. Gefeldheid, CaraEier of Reg Imaatig zyn, zoude vernederende in deeze zoo aanzienlyke ftaat geweest zyn, dus bezat of liever had hy dat alles afgelegd, en het vóórkomen dat. die naam droec, was veranderlyker dan

c'e wind; eindelyk zyne vermaaken; om dezelfsverveeling te beoorlogen, hingen van den uitflag af, of zy lastig, dan of zy vergenoegende konden genaamd worden. Niets in zich zelve vindende en alles fteeds buiten zich moetende zoeken-, leefde hy in een nutteloozen arbeid en de onrust pynigde hem in het midden zyjier ledigheid. Dan! de mooglykheid om tot het eerambt van Regent te kunnen geraaken, ontftak het vuur der Heerschzucht en alle andere begeerten wierden door deeze verzwolgen; den Tabbard, den Raadsheerlyke Mantel het kusfen, de Achtbaare Paruik , de Raadzaal de Rechterftoel, het Prafldium - de eerbied van het Volk, het ontzach der gedaagden;, de kragt en uitwerking eener xechterlyken uitfpraak — de Donderende Strafftem over a*. <v-i,„<^;(t»r, Iip, /-.nt-znrhlvlrp . het soddelvke zelfs dat

cr ligt in hec wetgeeven, zyn wil met groote Letteren

aan alle hoeken der ftraaten te zien, tot het Volk fpre' ken en duizend andere beguichelingen hadden geheel zyn

hart ingenomen, en alle zyn verftands-vermogen Icherpte hy op,oin tot dit zynjvoorgefteld groot oogmerk te geraaken; veinzen, vleijen, kuipen, omkoopen, beleeftheden, laagheden zelfs, niets wierd verzuimd; en het gevolg was; Hartfort wierd in het einde Regent of Volks-Vertegenwoordiger, (Nieuwe Styl.) Hy bezag zich zelve als twyiïelde hy of hy zich waardig, ontzachlyk genoeg zoude kunnen voordoen, om dat alles aan het Volk. inteboezemen , dat hy oordeelde nodig te zyn, om de hoogte te behouden waar hy voelde toe geftegen te zyn.Onder alles kwam hem niets hatelyker of vernederender voor dan laffe toegevenheid ; hy hield zich overtuigd tot gebieden gebooren te zyn, en die beneden hem waren derhalven tot gehoorzaamen.

Met dit gevoel,-'hing hy de Mantel om, zette de Paruik op en viel op het kusfen.

hartfort Regent, kreeg weder te vooren flegts'flaauv/ gekende behoeften, Al ras was hy de kring.zyner MedcReprefentanten rond geweest, en de ontdekking van hetgeen er nodig was, baarde hem zorg -- want te dulden dat men by hem niet vond, dat hy by andere gevonden had, leed geen Hartfort, en het zoude ook zyn, even of zyn vermogen minder dan dat van anderen, en hy derhalven minder bevoegd dan zy lieden tot het beftuur geweest was. -- Vriendfehap behoefde nu niet aangekweekt te worden, wyl hy niemand meerder nodig had - Inde verkeering met zyns gelyken kwam wel de wellevenheid maar geenzints de vriendfehap meer te pas. Dus wierd die door Hartfort als noodloos afgefchaft ;. de Gezelligheid vreesde hy dat het ontzag, welke men een Regent verfchuldigd was, mogt verminderen, daar de ondervinding leert, dat de gemeenzaamheid alle vrees vcrdwynen doet; een zaak, zo hoogst nodig om een Volk in toom te houden ; waarom hy alle gezelligheid even als de vriendfehap als noodeloos, zelf fchadelyk, afdankte -- en, welk een Man hem het Volk ook noemde, konde hem thans niet meer fchaden, erkennende zich zelf alleen be, voegd en in ftaat zich te doen zyn die hy goedvond te wezen. — Zyn ontcierd Lichaam, zynde een dikke buik op een paar dunne beenen, meende hy dooreen verwrongen houding alle aanzien by te zetten, en zyn vervallen Ziel, door ydelewaan opgeblazen, was van alle waarheden ledig; zyn willekeurig ja en»ee»beflistenadeluimen zyner ongeft'adigheid of het behaaglyk voorkomen van zyne vleijers. Getuigenis fprak hy niet; verheven tot de ftand om te vonnisfen. -- welke vonnisfen niet naar het gezond oordeel en doorzigt, maar naar zyn veranderd en ongevoelig geworden hart gefchiedde; dus was zyne gefeldheid ontaart, en alle menfchelyk eigen doorbotviering zyner Heerschzucht en glorie in een zich zelf cn een ander verwoestende drift veranderd. Vermaaken omringden hem, maar de genieting wierd hem door de onrust belet. - Verfcheiden maaien kwamen hem de Tafreelen der doorgeloopen rtanden voor oogen; en nodigden hem terug te treeden, maar een alles overfchreeuwende aandrift hield zyne te zwakke geneigdheid tegen ; gelyk ook op deeze hoogte , toen hem nadrukkelyker dan ooit zyn eerft zyn waare gelukftaat voor oogen kwam en hemdefchuldelooze, zagte, ftille genoegens, die kalme gerustheid, dietydenvan genot en vermaak en wat allengs hem van het fpoor der gelukkigen had afgeleid en hoe hy dus voortdwaalende in een afgrond van rampen zoude neerlorten fchetste. Dan te zwak waren alle de waarfchouwende voorfteüingea - Hy nerltelde zich van deeze wankelende z wak-

Sluiten