is toegevoegd aan je favorieten.

De heedendaagsche stoicyn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S T O ï C Y N. $^

den landbouw, visehnetten, graanen enz., cn liet al-'t overige, onder de armen, uitdeden.

Aan de plaats zijner ballingfchap gckoömcn, fielde hij alles in 't werk, om de' akeligheid van zijn toekomend verblijf te verminderen, en zig, van de Waare behoeften des leevens te voorzien. Met be* hulp van agt bedienden, die hem gevolgd waren, bebouwde hij een toereikend ftuk gtonds, zaaide 'er allerlei groenten cn graanen op, kreeg éenige runders, fchaapen en keukcngevogelte, daar hij Zijnen voorraad mee vermeerderde, hieuw de noodige boomeu om, en bouwde zig, van dezelvcn, een huis, in verfcheide vertrekken, verdeeld. Zijne dogter, eertijds aan den Keizer ondertrouwd, nam nu 't werk , in de keuken , waar ; haarè zuster bezorgde 't linnen, en vcntelde dc kleederen, voor't ganfche huisgezin, door teegenfpoed, tot ééne broederfchap, geworden, 'sMorgens, 'smiddags en 'savonds, kwamen zij allen bij een, in 't bidvertrek, daar Godsdienst hun den waaren troost dcedt vinden; en Menzikof verklaarde meer F 2 dan