Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224 DE HEDENDAAGSCHE

het voorleedene, waar in hij zig zoo dikwils te rug wenscht. Maar dit voorleedene doet zig aan hein voor, als een droom, die reeds vervloogen is, als een enkel oogenblik, en naar die maat leert hij nu zijne denkbeelden van den tijd vormen. Terwijl onze geest deeze maat des te gereedclijker aanneemt, daar dezelve in de daad best overeenfremt, met den waaren aart des tijds, die, voor ons, werklijk kort en ras voorbij vliegende is.— Ten laatften , hoe klein een gedeelte is een jaar, van het leeven, dat een kind, voor zig ziet, en in 't welke hij flegts verlangt fchielijk vooruit te treeden; en tog befteedt dit jaar, dit klein gedeelte, driehonderd vijfenfestig geheele daagen, eer het ten einde loope; geen wonder derhalven, dat het hem zeer lang toefchijne. Voor de gevorderde in jaaren daar en teegen is een jaar een groet gedeelte van 't leeven , dat hij zig nog voorftellen kan , en dit groot gedeelte befteedt nu egter ook maar driehonderd vijf en festig daagen, om ten einde te loopen; 't zelve moet hem dus kort fchijnen, en ras voorbij zijn.

XVII. GE-

Sluiten