is toegevoegd aan uw favorieten.

Heelkundige mengelschriften.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het gebrooken Sleutelbeen eene ongefchikte Beenweer, Callus, en dat gedeelte van het zelve, dat zig met het Schouderbeenshoofd, Acromion, verneenigd, was nedergedrukt gebleeven. Buiten dit klaagde de Lyder nergens over , hy had goeden trek tot Eeten, Sliep wel, en onder de holligheid van den Oxel was nog een zwakken Pols te voelen, en den Opperarm had ook, tot aan de Elleboog, zyne natuurlyke warmte. Terftond wierden uit- en- inwendig verdeelende en prikkelende Middelen aangewend, de lydende Onderarm wierd vlytig gewreeven en geborfteld, en op den flinker Arm eene Aderlaating verrigt. Dog den Arm bleef koud en ongevoelig. Op den zevenden Dag gevoelde hy hevige Pynen aan den Elleboog, 'er ontftond eene Ontfteking met Koorts, die van uur tot uur vermeerderde. Om de Verfterving tegen te gaan, wierden uitwendig Stovingen aangelegd, en inkervingen, Scarificationes, gedaan, en inwendig wierden groote Giften van den Koortsbast gegeeven, dog te vergeefs. Den negenden Dag ging den gebeden Oqderarm, reeds tot Verfterving over, dog zy ftrekte zig niet verder uit, dan ,tot den Elleboog. De Lyder had de Slaap en Eetlust verlooren, en was door de hevige Koorts, ten uiterften verzwakt. Daar 'er nu geen ander Middel over was, dan de Afzetting, wierd dezelve, in het midden van den Opperarm, verrigt. De Lyder was, na de-

zel-