Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 242 )

Afbinding, af. Het geen ik, voor de Konst. bewerking, voor een Uitwas had aangezien, en op den Zaadftreng lag, waren zuivere Waterblaazen, ik fneed dezelven open, fcheide den Bal, zonder veele moeite, van den zogen aamden Schederok, waar van ik hec grootfte gedeelte mét de Schaar weg nam, ik bond den Zaadftreng, met eenen gewasten Hennippen Draad, middelmatig vast, af, op eenen afftand van twee Duimen van den Buik. ring, en fneed. den Bal, even zo breed van de afbinding af. Hy woog il Pond, en bv het onderzoeken, vond ik zyne geheele zelfftandigheid vernield, en veranderd in loutere vakjes van het hardfte Kraakbeen, waar van de meesten Waterblaazen, veel zwart geronne Bloed, en enigen een ftinkend etteragtig Vogt bevatten.

Ik had de Wonde met droog Plukfel verbonden , en met Drukdoeken en het Piramiedswyze Verband bevestigd. Den Buik liet ik met 01. lin. ree. Unc] campb. Dracbm.] befmeeren, en met Vries, dat in een weekmakend Afkookfel gedoopt was, beleggen.

Een Heelmeester, die by den Lyder bleef, zou dit alle drie Uuren, herhaalen, en hem even zo dikwils, een Lepel vol 01. Amygd. dulc. recenti /ine ign. expres/. Unc, I1J Laud. liquid. Sydenb. Dracb. § geeven, en de Hand op het Verband houden, nogtans ontftond 'er, drie Uuren na de Konstbewerking, eene Bloedftorting, en men moest het Verband af-

nee-

Sluiten