Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

ZANG. 35

Dan keert de nijvre Landman, Met volgemolken emmers, Die fchuimend overvloeien, Met zagte fchreden , weder Naar 't laag eenvoudig huisje, 't Met riet bedekte huisje»

Nu gaat hij naar den akker, Verzeld van lieve Jongens , Die reeds hunn' Vader helpen, Om 't onkruid uit te knijpen, Met kinderlijk gereedfchap. Zo wordt me al fpeelend nuttig; Zo leert de Boêr zijn kindren De ledigheid te fchuwen; Dea dag wél te befteden.

In uitgefpaarde daagjes, Spit gij, met eigen handen, Een vruchtbaar hoekje Moesland,

C a Be-

i

Sluiten