Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3 )

AAN MIJNE LIER.

Mijn Lier, 'k heb u weleer befnaard, Om voor mijn Vaderland te zingen;

Ik zong van Bato's heldenaart, Maar — dit deedt fluks uw fhaaren fpringen,

Ik floeg befchaamd mijne oogen néér, En fpande op nieuw de dunne fnaaren.

Ik zong — maar, ach! ook deze keer Is mij dezelfde ramp weêrvaaren.

Toen heb ik u, mijn lieve Lier, Mistroostig aan den wand gehangen.

De droefheid bluschte 't edelst vier — 'k Was wars van forfche heldenzangen.

Zoo fnelden dag aan dag voorbij;

Geen eerzucht kon mijn ijver wekken, Geen roem van heldenpoëzij

Bon mij uit mijnen fluimer wekken.

A ? Maar,

Sluiten