Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DOENER M A A L T IJ D. 22*

De Meid , om Oome te gaan haaien ! Dit doet zij fpoedig , zonder draelen, Dog lagte hart. op over ftraat, Terwijl ze vast naaf Oome gaat, Die naauw de trouwe Meid aanfehoude, Of kon zich ook geen Lag onthouden. Misfchien; — zoo als men zegt; dit pas Zei, dat het Oomes werkje was, Die iemand had van zijne vrinden , Die op \ Gezelfchap zich liet vinden , En düor deez fijne vond en zet, Zijn Nichtje hielp op 't Bruiloftsbed. Hoe 't zij, gevallig , ef beklonken , 't Verhaal, dat ik U heb gefchonken, Mijn Lezers; Leerd den Oud'ren , dat Een al te ftreng, en engen pad Der kind'ren fchred niet moet bepaalen; Op dat ze op breder weg niet dwaalen t 't Gaat zeker, dat eeri moedig Paard Van zijnen breidel gantsch ontaart;, Indien bij 't Rennen of het Rijden , B1en 't met de Zweep ftaeg wil kaftijden t

P 2 JÉ

Sluiten