is toegevoegd aan uw favorieten.

Johan van Oldenbarneveld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70 JOHAN van OLDENBARNEVELD,

h Ik hoorde, op 't plegtigst, hun den eed der liefde ftaamlen:

„ Nu werdt het plan gevormd, dat beider lot bepaalt;x „ Het trotsch vooroordeel moog' nu magt en list verfaamlen,

„ De liefde heeft op dwang en haat gezegepraald."

Zij zijn verbonden, roept Louize in zielvervoering,

m Ach mijn Emilia!"' - „ Verbonden, ja Mevrouw! h Op 't plegtigfte gehuwd; 'k herdenk dit vol omroering.

* De Prierter van Txljeu bezegelde hun trouw;

„ Het bleef een diep geheim: van daag werdt de echt gefloten.

„ Des Prinfen boezemvriend Graaf Kassimir, en ik » Getuigen van den eed, van 't heil der trouwgenooten,

• En deelden in 't geluk, in 't heuchlijkst oogenblik. M Ik zag, hoe 't fijn gevoel hun dankbre lippen boeide,

„ Hun boezems ademden, al zuchtend, zaligheid, „ Daar 't heiligst liefdevuur in hun verrukking gloeide;

,, Dan, ach! het ijslijkst lot was toen voor hun bereid. „ List weet, door eigenbaat, 't bewaard geheim te ontdekken.

n Verbeel U onzen fchrik. _ Mijn moed,mijn kragt bezweek; " BedwcIraïc «W ^s doods zweefde in verwarde trekken, Toen t fnood verraad aan elk in de akeligfte uitkomst bleek.

„ Een