is toegevoegd aan uw favorieten.

Johan van Oldenbarneveld.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. Sx

Zo vaak volks waar belang hem 't leger doet verzeilen,

Zo vaak hij d'afïcheidskua aan gade en kindren bied; Blijft zijn Maria hem aan d'engen boezem knellen!

6 Liefde! ö tederheid! Waar eindt uw zielverdriet?.. De wijze Staatszorg poogt den vijand aan te randen

Aan de overzij' der Schelde, op dat geweld verfchrikt, De vlam verflauwen doet, die in de zeven landen

Volks welvaard en geluk in bloed en puin verflikt. Die tocht behaagt den Prins; ja glorie lacht hem tegen,

Zij wenkt hem vleiend reeds naar Vlaandrens zuchtend oord; Ook daar fchreit Vrijheid om Gods magt, en. hulp, en zegen:

Daar wreede dwinglandij de weerlooze onfchuld moordt, 's Lands Vadren waaken ook voor 't heil der nagebuuren.

ö Vlaandren! uit den krans, dien eendragt vlocht, gerukt, Moet dwang, door wrok bezield, uw burgerfchaar beftuuren,

Nu een heerschzuehte vrouw uw Steên in ketens drukt? Nu Isabelea 't hart door valfchen waan doet zwellen,

En Spaanfehe trotsheid huuwt aan wrokkende achterdocht? Zij dreigt 't veréénd gewest op nieuw in 't juk te knellen,

En noemt zich reeds Gravin, aan Aalberts trouw verknocht.

F Dan