Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23a JOIIAN van OLDENBARNEVELD.

Zachtaardige Remer voelt 't Vaderhart vcrfcheuren,

Hij Haart verwilderd op zijn zwijmende Echtgenoot; Gevoelvol blijft de deugd bij 't veege wiegjen treuren,

De gaê mijns Barnevelds voelt al haar leed vergroot. Maar onderwerping heeft ook Godvruchts hart geregeld,

Zij kuscht het flapend ftof van dezen hemelling. „ Voor U (zuchtze) is 't genot der vrije rust ontregeld,

„ Een Seraf voert uw zieltje in onbewolkten krin^. ,, Mijn kroost! zoudt gij 'tgeluk van "t fchuldloos wicht befchreien?

„ Mijn hart bloedt! — Ach! ik voel, hoe veel natuur verliest! „ Maar, 'k weet, dat tederheid, voor'tlief, 't aanvallig vleien,

„ Voor eigen vreugd, 't geluk des zaalgen Engels kiest. „ Uw Liefling fnelt ons voor; elk tijdftip voert ons nader;

„ Dat vrij nu 't wisflend lot om 't ledig wiegjen woel'. „ Wat is deze aard ? — vraag dit uw' afgeleefden Vader!

„ Hij (laat aan 't eind des tijds nog 't wreedst verdriet ten doel; „ Uw zuigling zal zich nu aan eeuwge vreugd gewennen,

„ Zie 't Englenlachjen, dat in doodfche trekjens fmelt. „ Sterft gij, mijn Echtgenoot! — Gij zult deez' liefling kennen

„ In 't Serafijntjen, dat U vleiend tegenfnelt.

„ Ween

Sluiten