Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 WlEN MOET MEN DOOR DEN HoOGENPRÏEïTBt

zijn Wel Eerw. vernuftig eene zwaarigheid wegneemt, welke, wanneer men door den Hoogepriester, bij Johannes vs. 19 gemeld, Annas verftaat, noodwendig zich opdoet, ten aanzien van het geen wij aldaar, aangaande Petrus, vs. 15-18, geboekt vinden.

Dan , op dat mijn Leezer zelf te beter oordeele, zoo wel over het geen de Heer Schutte fchrijft, als over de bedenking, welke ik, des niet tegenftaande, nog blijf overig houden, zal ik hier de eigene woorden van zijn Wel Eerw. opgeeven. , Nu (V) woidt de Zaligmaaker (dus fchrijft zijn Wel Eerw. in het Ilde Deel zijner heilige Jaarboeken, bladz. 288-290) , gebonden, en gebragt naar , 't huis van Annas den fchoonvadcr van Kajafas/die in , dat jaar Hoogepriester was, en met zijnen fchoonvader , in 't zelfde paleis woonde. Waar in men naar den fmaak , der Oosterfche gebouwen, in 't midden eene Zaal xvhn , of liever Binnenplaats, Binnenhof, hadde; voor aan een , Voorhof' iroc»jKiqv, en rondom het binnenhof de vertrek, ken: woonende Annas in den eenen, en Kajafas in den , anderen vleugel. Men zie de afteekening van zulk een , gebouw, in de reize van den Heer Shaw (*). Zoo men , dit niet onderftelt, is het met Petrus verloochening niet , te fchikken. Want, volgens Matth. XXVI: 57, 5$_cn , 69, 70, zijn de drie verloocheningen gefchied in Kajafas , huis; maar, volgens Johannes, is de eerfte verloochening

, in Annas huis voorgevallen. Hoe komt Petrus van

, 't eene Hoogepriestcrlijke huis in 't andere ? gemerkt , hem alle de Euangelisten laaten in dat zelfde Hoogepries, terlijke Paleis, daar hij Jefus van verre volgt, en wei , «i' Au'Xji op de binnenplaats , of het binnenhof van dat

, Paleis. Hoe is het te vereffenen, dat Johsnnesde ver-

, loochening van Petrus voor, de andere Euangelisten , agter de verhooring van Jefus plaatzëh? Ziet men niet , blijkbaar, dat de Heiland driemaal verhoord is? Eerst is , Hij 's nachts voor Annas ondervraagd Joh. XV11I: 10-24, , terwijl ondertusfehen de eerfte verloochening van Petrus , voorvalt, zijnde het gefprek van de dienstboden met hem , ftraks na zijne intrede begonnen vs. 15-18. —— Daarop,

, en

, O) Matt. XXVI: 57, Mare. XIV: 53 , Luk. XXII: 54Joh. XVIII: ia.

, (*) Zie I. Deel. III Hoofd. V. Afdeel. 320 bladz. Verg. , Lamy Harm. Lib. V. Cap. XXIX. p. 553.

Sluiten