Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de Physiognomie. 13?

geoeffend, en hunne kundigheden, in zoo verre ze die gegrond en door herhaalde opmerkingen bevestigd meenden te zijn, tot een zeker onderwijzend zamenftel gebragt en gerangfehikt. , T

Dit is inzonderheid gefchied door den beroemden Lfc vater, als hebbende een aanmerkelijk groot Werk, met zeer veele nauwkeurige teekeningeh en afbeeldingen, zoo als die tot het zelve vol drek t noodzaakelijk zijn , in de Hoogduitfche Taaie gefchreeven en uitgegceven.

Niettegendaande den hoogen prijs, waar op een Boek van deezen aart moest komen te daan, heeft egter het zelv» veel vertier gehad.

Dit niet alleen, maar nauwlijks was het in het licht gekomen en eenigzins bekend geworden, of'er ontdond al fpoedig bij veelen in ons Nederland een derk verlangen om het in onze taal, hetzij geheel uit het oorfpronglijke overgebragt, het zij bij wege van een zaakelijk, doch met te min even zeer in deeze weetenfehap onderrigtend, Uittrekzel, te mogen hebben»

Zulk een verlangen was ook niet zeer te bewonderen; Elk mensch toch is' op zijne wijze een Phyfiognomist; dat is, elk ontvangt of maakt zich zeiven uit de gedalte, de lighaams-houdinge , en vooral uit het gelaat of aangezigt van menfehen , die hem voorkomen , of met welke hij moet verkceren, een oordeel of vonnis-velling bij zich zeiven, over derzelver inwendige geaartheid en ziels-hoedanigheden. „ Welk een Rechter, (gelijk Lavater, behalven, andere dingen , hier over fchrijft) het zij hij *l oïniet verdand hebbe',' hij mag het zeggen of niet, daar tegen protesteeren of niet, neemt, in deezen zin, nooit het gelaat van den perfoon in aanmerkinge ? Wie kan, mag of zal geheel onverfchillig zijn ten aanzien van het uitwendige der

perfoonen, die hem voorkomen? Welk een Regént

verkiest eenen Staats-dienaar, zonder mede een oog te flaan op zijn uitwendig gelaat, en hem, volgens dit gelaat, ten minden voor een gedeelte, bij zich zeiven te beoordeelen? de Bevelhebber in den krijgsdienst verkiest geenen foldaar i zonder mede te letten op zijn uitwendig gelaat; zijne grootte uitgeflooten. Welk een Huisvader verkiest eenen bedienden, en wat vrouw eene dienstmaagd, dat derzelver uitwendig gelaat, de gedaante van derzelver aangezigt, bij deeze keus niet mede in aanmerking zoude komen, het zij ze daar over al of niet regt oordeelen, daar van bewustheid hebben of niet?"

Dit

Sluiten