Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandschb Letterkunde te Leiökn. 51?

;, Voorts in 1605 de Granida, en wat laater, behalven meer Verzen, die overfraaie Herderskout:

„ Uw troony Bosman , en bet waaien van uw weien,

„ Nu hoorde men welluidendheid en maat, en men begon het verfchil van klanken en van toonen te vatten; Hoofts manier van rijmen imaakte den Amfterüamfchen Pöëeten, en zijne Verzen waren, als Horatius, meen ik^ zegt:

,, Carmina non prius audita Cethegis,

„ Dan , vermits de meeste rijmers, ten deezen tijde, minder vernuft, en minder taalgeleerdheid hadden dan Hooft, zoo zijn ook hunne vorderingen traager geweest. Visfcher was toen reeds te oud, Spiegel insgelijks, om zich met deeze verbeteringen en zinlijkheden op te houden, ook woonden ze , meen ik , toen reeds beiden te Alkmaar i waar de eerfte ih 1620, en de laatfte in 1612, overieden is; Brero was te jong, en ftierf te vroeg om het ver te brengen; Coster, hoe bekwaam anders, bearbeidde, als Brandt zegt, zijn Verzen niet genoeg. Vondel was toen llegts 16 a 17 jaaren oud, en begon zich eerst te vertoonen. Hooft was derhalven, ten deeze tijde, de fioofddich.ef niet" alleen van zijn Geboorteftad; maar zelfs van geheel Nederland. Vondel kleefde ook, tot aan. het jaar 1620 de barb'aarschheid en ruwheid aan; als blijkt aan zijn Pafcba iri iÖii, de Warande in 1617, en Jerufalem in lósouitgegfeeven. Die muzijk en melodij der Verzen, dat ver¬

hevene en bevallige, en te gelijk die kragt van zeggen, waar van Hooft toen reeds meestér was, warén bij dé overigen nog verre te zoeken.

„ Het begin deezer eeuwe dan, vari loei, toen Hooft uit Italië te huis kwam, tot 1620 of 1625, noem ik het tijdperk, waar in de Nederduitfche Verzen hunne bevalligheid , en den tegenwoordigen trant eri toon verkreegen

hebben. De eer vari den aanvang tn "onrtgarg deezer

fraaiheden geef ik, en met reden meen ik, den Heeré Hooft

alleen. Alles, war 'er zedert goéds gerijmd is, wast

Van hem geleerd. Ja, Vondel, naderhand zoo beroemd^. Reeft zijn licht aan hèt licht van Hooft ontftöoken, hij zelf noemt hem, in den jaare 1630,

ü Doorluchtig Hooft der Hollandfcbe Poêéteiii,. Nieuw* NedJibUÏdeDeeJ.N.ii. Mm a Dir"

Sluiten