Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5i'S: Werken van öe Maatschappij der

„ Dit1 was cok het gevoelen van Vondels overige tijdgé-

nooten: Zulks erkent ook de Dichter J. Vollen-

hovh, in een brief aan Brandt, nog, bij 't leven van Vondel; in T671 gefchreeven, „ dat Vondel geen Vbndel zï>n„ der Moojt waar, zou hij zelf, meen ik, naar zijne open„ hartigheit, niet ontkennen ; en ik heb diergelijk een» j, taal wel uit zijnen mond gehoord."

„ De Drosfaart, zedert door zijn gewigtig arhpt onledige r , en thans op de beoeffening der Historiën vallende,, behandhaafde met minder drift de Dichtkunst, liet aafi Vondel de loopbaan over, en verbeterde'dus minder dan deeze de nog overgebleevene ruwheden: hij geraakte niet tot die volkomene zagte, zingende, en bevallig klinkende. Verjifïcatie, waar toe Vondel het gebragt heeft; welke zich van nu af aan geheel dier kunste toewijddei Had dé Drosfaart zijn tijd, gelijk de Agrippiner deed, aan deeze oeffening te kost gelegd , hij zou het waarfchijnlijk nog verder dan Vondel gebragt hebben : want Hooft was buiten kijf, geleerder, en ik denk, ook vernuftiger dan Vondel."

Hier uit neemt na de Schrijver aanleiding óm onze jonge Dichters en Letteroeffenaars aan te fpooren, dat zij, gelijk Poot met zoo veel vrugt. gedaan heefr de Werken van den Heer Hooft leezen, herleezeh en beftudeeren , deszelfs kunst, kragt en aartigheden zich eigen maaken, en, elk op zijne wijze, uitdrukken, en overbrengen in den weeüger en losfer dichtftijl van Vader Vondel , met vermijdinge echter van deszelf; gebreken, waar toe bij hun een en ander voorbeeld aan de hand geeft.

Vervolgens gaat de Heer Bakker over ter befchouwinge van den Staatsman en Dichter Jacob Cats, die in het «elfde tijdperk leefde, en , even als Hooft, fchoon opeene andere manier, de rijmkunst befchaafd en verbeterd heeft. De oordeelkundige aanmerkingen, welke onze Schrijver omtrent dien Zeeuwfchen Dichter maakt, verdienen in de Verhandelinge zelve geleezen te worden; wij zullen 'er alleen, om ons beftek niet te verre re buiten te gaan, het laatfte gedeelte van opgeeven. Na dat hij deeze woorden van Vader Cats had bijgebragt „ Wij hebben'

„ goedgevonden door rym, toon en maat deeze onze in=

„ vallen op her papier te brengen en hebben gepoocht

„ ie gebruyeken een effenbaere eenvoudige ronde en gans' „ gemeene maniere van föggen, defelve meest overal' „ gelyck makende met onfe dagelickfe maniere van

,, fpre-

Sluiten