Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NïÖERLAHDSCÈtE LETTERKUNDE TE LEIDEN. $TQ

,s> fpreken , daar tn alle duysterheyt fchouwende."

,, gaat de Auteur dus voort;

„ Deeze aangenora ;rté manier van fchrijven en dichten van den Heere Cats wijst ons, in de. eerfte plaatze, tot de reden.van dien verfchillenden dichiftijl des Amfterdamfchen en des .vliddelburgfchen-.Dichters; ja van een ftandhoudend onderfcheid in de Verfificatic van hem en de Hollandfche Poëeten. Want, behalven dat Cats, gelijk hij fpreekt, in zijn» gedichten gebruikt eene dagelijkfche taal, en zich op eene genoegzaame wijze uitdrukt, zoo is ook de Cadans in zijne Verzen, meest altijd, dezelfde, en bijna zonder verfcheidenheid; het zij in de maat, het zij in de rust; ten anderen, eene andere bijzonderheid, eigen aan den Zeeuw, moet gezogt worden in het vleiend zagt der Vlaamfché fpraake; welke, over Zeeland, langs het zuiver gedeelte van Holland, allengs .verminderende, egter te Middelburg naar het Zeeuwfche 'Dialect verboogen, de fpreektaal bleef van onzen Dichter, waar naar zich de fchrijftaal, als doorgaans gebeurt, hier én daar befchaafd wordende, fchiktes terwijl men te Amiterdam fprak, en nog fpreekt, met een min , tederen tongval ; en veele lettergreepen fcherper en harder uitfpreekt dan -Zuidwaards op, tot in de Vlaamfché gewesten. Zulke verfchillende Dialecten hebben., als ik' aanduidde, invloed op den fchrijfftijl; evenwel zoo niet, dat het welluidende noodzaakelijk het verhevene moet uiriluiien. . Verders kan nog het verfchil tusfehen onze beide Dichters worden gezogt tn hunnen aart. Beide waren ze' geleerde en fchrandere Mannen; maar Cats was waarfchijn-r lijk van een verliefder, zagter en tederer temperament dan jHooft, wiens aart moediger en mannelijker was. Alle verjltanden hebben van natuur een, ik weet niet welken, on~ derfcheiden draai in de vermogens hunner ziele, waar door elk, zonder dat de wil 'er tusfehen kome, denkt, fpreekt, of fchrijft op eene verfchillende maniere; hier van daan het' onveranderlijke onderfcheid van ftijl en fchrijfrant bij allen, die de pen voeren; zoodanig, dikwerf, dat een Schrijver van naam aan zijnen ftijl gekend kan worden. Eindelijk, zijn ook de onderwerpen deezer twee Dichteren verfchillende. Cats heeft Historiën en Verhandelingen in Verzen gefchreeven over de liefde en over de pligten; Zijne zamenfpraaken vallen , wegens den gemeenzaamen ftijl, in het praatagtig-eenvoudige ; hij redeneert altijd» Hooft, integendeel, als pligt, of liefde zijn onderwerp is % fchrijft als Poëet, hij fchildert; heeft vérbeeldin'g; Hij voeitl Mm a Kort-

Sluiten