Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5ap Werken van de Maatschappij en2.

Kortom, Hooft voegt bij de mengelingen verfcheidenheid van maat, trant en toon, verhevenheid van gedagten, grootheid van bewoording, kragt en fierlijkheid van taal; Cats fchrijft eenvoudig, klaar, vloeiend en altijd eenzelvig i los van ftijl. De Amfterdammer eischt een denkenden en mannelijken leezer; de Middelburger kan fpeelende, en door een kind, verftaan worden. Hooft dringt in zijne Onderwerpen in, en werkt iedere gedagte uit; Cats brengt zijne denkbeelden, zoo als ze hem invallen, en zonder'er zich bij op te houden, op het papier. De eerlte doet mij meer denken dan hij mij leezen laat; de ander geeft mij niets meer te denken dan hij mij zegt. Hooft verandert zijnen ftijl, en fchikt zijne bewoording naar de onderwerpen; maar hoedanige zaaken , welke onderwerpen , Cats voor zich heeft, zijn ftijl, zijne woorden, de trant zijner verzen, zijn bijkans altijd dezelfde. Eindelijk, dat elk verwonderen moet, de dichtkunst heeft bij. allen haar aanvang, vordering, en volwasfenheid; maar bij den Heere Cats febijnt de kunst, noch jeugd, noch middenftaat, noch ouderdom gehad te hebben; de Verzen welke hij, nog jongeling zijnde, gefchreeven heeft, hebben niet alleen denzelfden trant, maar zijn ook genoegzaam even goed als die van zijn besten leeftijd; en die van zijnen ouden dag wijken nergens in voor beiden.

Welk verfchil dan ook bij deeze twee Dichters gevonden moge worden, ze verdienen egter beiden onze achting,, beoeffening en naarvolging; beiden hebben ze onze Nederduitfche Taal en Poëzij het fpoor van befchaafdheid opgeleid, en het oude ruwe en barbaarfche agter den bank geworpen."

Ons verflag nopens deeze oordeelkundige Verhandeling is wat breed uitgeloopen, en dus kunnen wij onzen Leezeren geen uitvoerig bericht geeven van het volgende ftuk, zijnde eene Prijs-Verhandeling, met welke de Heer Jeronimo, de Bosch, eerfte Kkrk ter Sekretarie der ftad Amfterddtn; Lid van de Hollandfcbe Maatfchappij det Weeten— febappen te Haarlem, en Sekretaris van de Maatfchappij,. ter hevorderinge van den Landbouw te Amfterdam , den gouden Penning behaald heeft, door de Maatfchappij uitgeloofd aan den Schrijver, die de Vraag, in het jaar 1777 opgegeeven: „ Welke zijn de vereisebten van eene Lofrede?" best zou beantwoorden.

Die Verhandeling is oorfpronglijk in de Lariinfche Taal gefchreeven, doch, op verzoek van de MaatfchappijeJ

door

Sluiten