Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in oorloogen ter zee is uitgevoerd, wezenlijke opfcherpinp van moed onder onze landgenooten te weeg te brengen

Het is wel waar, gelijk in de Inleidinge wordt erkend dat onze Zeemagt zeer gering was , toen wij in het einde van het jaar 1780 door Engeland onregtvaardig werden aangevallen ; Daar bij, gelijk verder met reden wordt opgemerkt,1,, heeft de langduurigheid van eenen allerwenfehelijkften vreede , met alle onze nabuuren in het gemeen met de Engelfchen in het bijzonder, ons ongetwijffeld vrij wat van den krijg 'ontwend, en de gemoederen tot eene zachtere geaartheid overgeboogen , welke door den overvloed van Neêrlands rijkdommen, gepaard met veelerhande vermaaken en wellustigheden, niet weinig onderfteund en vermeerderd is geworden. En't ware te wenfchen, dat menin deezen de prijswaardige middenmaat vyac beter had in acht genomen, en de jeugd, door eene min verwijfde opvoeding, wat meer tegen de ongemakken deezes levens gehard. In de tegenwoordige omftandigheden vooral zou zulks zeer te pasfe komen, en onze vooruitzichten nier weinig veraangenaamen. h

„ Dan (zegt de Schrijver} hoewel de liefde der waarheid ens verpiigt dit, fchoon met leedweezen te erkennen zuilen wij daarom den moed ten eenemaal laaten zinken? zuilen wij daarom gantsch Nederland als eene zamelplaats van verachtelijke bloodaars aanzien? zullen wij de zoo onverwante als onverdiende aanvallen van eenen ouden , doch afgunstigen bondgenoot voor onweerlegbaare bewijzen houden , dat het met ons is omgekomen, zoo wij hem niet nederig te voet vallen , of weigeren de voorwaarden van bevrediginge met de diepfte onderwerpinge uit zijne hand te Ontvangen, en zonder tegenfpreeken in alles goed te keu* ren?" zulk eene onverfchoonlijke lafhartigheid en verfla* genheid toont de Aucteur, dat verre van ons moet zMn en hij wekt in tegendeel alle Nederlanders op , dat men het vuur van onzer Vaderen helden-moed doe herleeven De Xiaamen (zegt hij) van de Ruiter, van Nes" bYaKel, van der Zaan, van Galen, de berde Trompen, Wassenaar, T. H. de Vries, en zoo veele anderen waar mede onze Nederlandfche Jaarboeken pronken zouden U tot fchande, tot onuitwischbaare fchande, verftrekken; ja gij zoudt ze zonder rood worden niet kunnen leezen, indien niet het zelfde glorij-fpoor, ter verdediging van t heye Vaderland, door U wierd ingeflagen en kloekmoedighjk becreeden. b 6

» Ea

Sluiten