Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Helobnoaadepj ter Zee. s*3

En wat behoeven wij van de voorige tijden alleen tc melden , en daar uit de voorbeelden ter uwer ver wakkerLe te ontkenen? onze eigen leeftijd is niet ontbloot van mannen die getoond hebben, wat het Vaderland van hun te Wachten had, indien zij ter geregelde bevegting vani eenen aanvallenden vijand geroepen wierden. Of zou een Dedel, die ten jaare 1762 niet fchroomde met een enkel fchip zeven Enoelfchen onder de oogen te zien, nu geene wonderen van dapperheid verrichtten? zou een os bergen, die m ftaarf-eweest is om met twee of drie Rusfiiche fcheepen zeven of agt Turkfche te verflaan, in den grond te booren of op het ttrand te jaagen, nu geen moeds genoeg hebben, om den Engelfchen een heldhafdgen tegenftand te bieden? Is 't niet ten hoogften waarfchijnlijk, dat de hraavc Kingsbergen van blijdichap juichen zou, zoo hij eens gelegenheid vondt om, met gelijke magt, den hoon der Scaaricne Vlagge aangedaan den trotfchen Fielding betaald te zetten ? E* zouden 'er van tijd tot tijd geen dergelijke helden meer pp het Tooneel van den oorlog verfchijnen, fchoon V) tot tnee roe agter de Vreedefchermen verborgen bleeven, om dat er «ene gelegenheid was om hunne verdiensten aan den dag te fe*<»en * Het gedrag van den braaven doch ongelukkiger! VolVeroen, bevestigt genoegzaam deeze voortelling: ook hebben wij te meer reden om ons hier van verzekerd te houden, zoo om dat de voorgaande tijden, bij het ontbranden van het oorlogsvuur, juist niet aanftonds eenen grooteh voorraad van dappere en beproefde helden in gereedheid hadden, maar dezelve van tijd tot tijd zagen te voorfchijn komen, en door de oefening zelve als gebooren worden, als ook om dat wij van Neêrlands Hooge Magten, en vee. geliefden Erffladhouder, met veel reden en ter onzer be* moediginge mogen vastftellen, dat het hun met alleen aar, ceene landsvaderlijke zorg voor onze weezenhjke belangen . lal ontbreeken, maar dat het hun ook aar,1 geen doorzicht zal mangelen, om waare verdiensten te onderfcheiden, op haaren resten prijs te ftellen, en op de gepaste wijze door welbefteede eerbelooningen en bevoraenngen aan te kweeken en op te wakkeren. Al ware 'er dan in t eerst, onder onze Bevelhebbers ter. zee, de een of andere mgefloopen, die'zich den hem toebetrouwden post onwaardig maakte ., 'laat ons niec twijffelen aan de fWfe, welke hem, n> eveiv redigheid met zijne wanverdiensteii, anderen ten voorbet.de zou worden toegevoegd." — Met reuen dringt hij rn 'bet flot der Inleidiüge ook zeer aan op de tendragt en de Mm 4 W*

Sluiten