is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERDWAALDE MATROOZEN. ' 93

doch fcheen geheel ongevoelig, en zonder aandoeninge van hét gevaar, en den ellendigen toeftand, in welken hij was:

, T Gelukkiger wijze waren de booten van beide lchee-

üen rondom den boven gemelden uithoek van het Eiland eevaaren, en lagen aan dé kusten, om die Officieren aart boord te kunnen neemen , in gevalle zij zeer verre verdwaald mo<nen zijn. Had men niet deeze voorzorg

gehad zoo^was de man omgekomen, eer men hem, door andere'middelen, aan de verzamelplaats bezorgd had; want men kon hem niet dan met groote moeite, in den naasten

boot, brengen. Zoo dra hij nu zijne fpraak wéder ge-

k-eegen had, verhaalde hij, dat hij zich des mórgens van zijnen kameraad trecber , zoo hij geloofde , voor altoos E Scheiden had; niet in gramfchap, maar wijl zij met, over

hunnen terugweg, eenig konden worden. Hij zeide,

zij waren den dag te vooren zoo verre gegaan als zij konden om de Officiers te zoeken, en wijl zij zeer afgemat waren, zetteden zij zich neder om zich te verfnsfchen, en dronken misfchien een weinig te veel van hun drank g». merkt zij beide in flaap geraakten. — Zij verfchnkten zéér toen zij ontwaakten , dat het donker was, en alfrhoon hunne gezigten en handen geheel met ongedierte bedekt waren, werkte echter de gedagte, dat zij hunnen pligt verzuimd hadden, en de vrees voor de gevolgen, zoo fterk od hun gemoed, dat zij de andere fmert nauwlijks gevoelden 1 Daar het hun thans niet meer om rust te dóén

was, ftónden zij op, en wandelden, tot aan het opkomen d*r zon in 't rond, zonder te weeten, of zich te bekommeren, waar heen zij gingen. Zoo dra het echter dag

begon te worden, bemoeiden zij zich, om den Weg te vinden , en weder tot hunne kameraaden te komen. ..

Na dat zij lang voortgeloopefi, en, zoo goed zij konden 2 door het bosch gedrongen waren, ontdekten zij eindelijk,• dat zij in plaatze van hunne verzamelplaats të naderen, 7ich hoe langer hoé meer, daar van verwijderden.

I erwi t zn nu lcii uiu.ni.>... ,.. ,7 (.,.„. ,*

wat zij doen zouden, was het hun bijna onverfchilhg, of zij leefden of ftierven, en iri deeze gemoedsgefteldheid zetleden zij zich neder , om hunne levensmiddelen, en hun drank te nuttigen, en daar door hun verdriet wat te verhgtpn Doch nauwlijks hadden zij dit gedaan , of bun

overviel weder de flaap , met tegenltaande net ongemene,

rVaaf mede zij bedekt werden. Als.zij ontwaakten,

bevonden zij zich weder in 't donker, ftonderi op en wjuiffdt De/sl. Mengdft. No. 3. O W~