Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tookeelspel. 2$t

Brunsdorp, herflelt, zich en tracht zyn gelaat te veranaeren.

Niecs, niets, —— een gérnelyke luim 'e

komt uit myn lichaamsgeftel voor in 't korc

ik weet zelf niet, waar het van daan komt .... Amalia. Gy hebt immers niets tegen uwe Amalia?

Brunsdorp, veinzende.

Neen, waarom tegen u weet gy dan ietS

waarmede gy my beledigd hebt ?

Amalia, verlegen. Ik weet in de daad niets.

Brunsdorp.

Nu, dan kunt gy u gerust ftellen. (Byzicti

zeiven.) Ach vermomming , hoe zwaar valt gy ? Alle oogenblikken wil het 'er uit, en ik moet het toch onderdrukken.

A m a l ia.

Het is immers geen verveeling?

B r u n s1) o r p.

Neen , louter temperament , temperament, ik zal ook desvvegens nog heden op de jacht gaan, mogelyk wordt het dan beter.

Amalia.

Op de jacht zo laat?

Brunsdorp. Dat doet 'er niet toe. (Hy ziet geduurig heime. lyk naar Amalia, hoe zy zich zal aanfiellenl) Ik zal daarom heden by den houtvester overnachten.

P 4 A M A«

Sluiten