Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aa8 De Goede Zoon.

Blondheim.

Wat kan ik van het toeval verwachten? Ik kan reeds de geringste fora niet in het onzekere waagen; ieder onnodige uitgave is een roof aan de behoeften myner moeder.

Reinhard.

Nu, dan weet ik u verder niets te raadeu. God weet, als ik u heipen kon,deed ik het, maar vier leevende kinderen en flegte tijden! De groote Mynheeren moesten met een gemeen mensch meer compasfie hebben; eerst jaaren lang loopen en dan nog de helft afkorten; wie werk hebben wil, moet borgen, en wie borgt, wachten. Daar is de kleerenmaaker hier over de deur; lieve

lieinel! die man heeft zyn brood niet.

Blondheim.

Ach God!

Reinhard.

Hoor eens Het doet my in myn ziel

leed dat gy zo zukkelt. Gy zyt deugdzaam en goed van hart, en verdiende dat het u welging

en uwe braave Moeder ook. Het is hee-

den feestdag by ons , en dan is 'er altijd nog

wel zo wat extra; wilt gy een lekkere fou-

pe bij mij komen eeten, zo wees myn gast! (hem de hand geevende) , Blondhei m. (drukt en fchudt die.) Ik dank u, myn vriend, her fpyt my dat ik. van uw goedheid geen gebruik kan maken, (eenig-

zins-

Sluiten