Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE BEDRIJF. 231

charlotte.

Gij koomt alleen, thomas? waar is uw heer?

thomas.

Hij volgt mij, Miladij. — Ik ben flechts vooruitgereeden, om te vraagen, of gij reeds aangekoomen waait.

charlotte.

Hij volgt u ? Welkoom ! Hartelijk welkoom ! Hij koomt Mistrisf! ik zal hem zien, hem fpreeken. —

thomas.

Binnen weinige oogenblikken, Miladij! Mijlord heeft orde gekregen; hij moet naar zijn Regiment — de vijanden rukken fteeds nader; misfehien dat 'er nog heden een aanval gewaagd word

charl otte.

* 8 Hemel! ik moet hem verwagren ! Ik zal hem dan flechts zien, om hem weder te verliezen ? misfehien voor eeuwig!

Mistrisf larfif.ld. Bekommer u niet voor den tijd, Miladij! Volgens het geen ik van krijgskundige gehoord heb, is het gevaar van minder belang oan het wel fchijnt. De vijanden zijn te zwak om de verfterkte armee van Graaf stormont lang wederftand te kunnen bieden; ik hoop dat die zaak nog heden ten onzen voordeele zal beflist worden.

charlotte.

Behaagde het den hemel.

p 4 Mis-

Sluiten