is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jö C. bi Vries

ders toen ter tijd 6720 weerbaare inboorlingen werden gévónden, als Christenen, javaanen, enz.

Valentyn rekende in 't jaar 1723 te Batavia 894 groote, en'uu kleine Hollandfche huizen, benevens 2440 groote en kleine Chineefche wooningen; doch deeze laatfte, opgepropt met menfehen, bevatten door eikanderen wel tien w'erbaare perzoonen, en dus ruim twintig duizend, hoedanimen ook het getal der Weerbaare Chineezen in den opitand van 't jaar 1740 heeft gerekende .

Volgens de Verhandelingen van het Bataviaasch Genootfchap in i779 , bedraagt het getal der groote huizen binnen de ftad 678 , dat der kleine 1315 , terwijl in1 de Voorlieden 5220 huizen worden gevonden. Hoewel derhalven h»t <retal der huizen in de ftad, en mogelijk ook dat der aegoedite inwooners, na 't jaar 1723 is afgenomen^ zoo is 't getal der huizen in 't algemeen, zoo binnen als buiten de ftad begreepen, van 477° tot op 7213 vermeer-

^Ds menigte en het belang der bijzonderheden zoude ons iiéteUik buiien de paaien van ons beftek leiden; wij wrzen onze leezers toe het Werk zelf, waar van wij hec vervolg ület ongeduld te gemoet ziem

Kntecbhmus der Heilige Schriftuur of Onderwijs tn den Godsdienst; op de heginzels der Openbaaringe, w Vraagen en Antwoorden. Door C. de Vries, Leeraar der Doopsgezinden te Utrecht, fe Rotterdam,bij T F Lindenberg, 1782. Behalven het Voorbericht} 313 'bladz. in gr'. Zvo. ' De Prijs is f 1:16:-

De Eerw. ui Vries weinig tijds na zijne komst als Leeraar in zijne tegenwoordige Gemeente, het afzonderlijk onderwijs van zommigen meer gevorderden op zich genomen hebbende, hield in deeze Katechifatie de volgende manier van onderwijzen: Een kort zamenftel der vooraaamfte Godsdienstige kundigheden ontworpen hebbende, gaf hii telkens zoo veele Schriftuurlijke vraagen ter beantwoordinge op, als gevoeglijk, in ééne les, konden nagezien en beoordeeld worden. En na dat zij alvoorens

zelve de Antwoorden op deeze Vraagen op het papier gebragt en voorgeleezen hadden, liet hij hen vervolgens zommige Antwoorden van zijn eigen opfiel Icnnjven, zoo