is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe Nederlandsche bibliotheek, waar in beoordeelingen en berichten van verscheidene boeken en kleindere geschriften benevens eenige mengelstukken, worden opgegeeven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44* A. Buurt, yervols der daadelijke Gobqel.

het houden moet tot het regte einde, waar toe het is ingefteld, naamelijk tot 'sHeilands gedagtenis. Ook zijn 'er boeken, die hier over in 't breede hebben gefchreeven • en die men met nuttigheid kan leezen; mits dat ze met onze formulieren overeenkomen. Van hoe groot gewigt het zii zich, overeenkomstig de zelve, van het onwaardig gebruik des H. Avondmaal te wagten, is kortelijk getoond, B G §■ 1683.

„ Het Avondmaal houden zoude bij 't volk Gods eene gewenschte vrugt hebben: indien zij, fteeds gedenkende boe bun Pafcha voor bun gejlagt is, naamelijk Christus' volgens de vermaaning, die lJaulus daar op, 1 Cor. V: 8* bouwt, feest hielden, niet in den ouden zuurdeesfem, noch in den zuurdeesfem der kzvaadbeid en der boosheid; maar tn de ongezuurde brooden der opregtbeid en der waarheid. De Apostel verftaat, door het feesthouden, het dienen van God met een dankbaar en vrolijk hart. Dat moesten zij niet doen in den ouden zuurdeesfem : dat is niet met een hart, waar in de oude hebbelijkheden, anders genoemd de oude mensch, nog de heerfchappij voerden. Doch zij moesten zich niet vergenoegen, dat zij niet meer, mag ik het zoo eens uitdrukken, geheel gezuurd waaren : maar zich van de overblijfzels van dien ouden zuurdeesfem, hoe langer hoe meer, tragten te ontdoen; zoo als die zich ontdekt in de overblijfzels van de kwaade gefteldheid onzer ziele omtrent onzen naasten, waar op de Apostel fchijnt te oogen door 't woord kwaadheid, en omtrent God, 't geene 't woord boosheid zeer gevoeglijk kan te kennen geeven. Hij wil in tegendeel, dat ze het feest zouden houden, in de ongezuurde brooden der opregtbeid en waarheid: dat is, dat hunne gedraagingen omtrent hunne naasten, in woorden en daaden, met de waarheid, en met de gevoelens van hun hart, zouden overeen ftemmen; en dat de dienst, dien zij God toebragten, overeenkomstig met hunne hartelijke gezindheid, 'en met den aart der zaake, weezen moest. "

Wij zouden gaarn nog het een of ander, ten proeve uit dit Werk, opgeeven; maar prijzen liever het zelve in zijn geheel aan; en wenfchen, dat de Godvrugtige Weduw nog lange gewaar worde, dac de Gefchriften van haar, en van haaren echtgenoot, in onze Kerke grootelijks geacht blijven.

Dt