Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cardiphonia. 515

wii van de finert vormen, zich buiten zijne juiste grenzen uitftrekke- en wij zouden dezelve veel draaglijker vinden, indien ze 'ons onmiddeiijk trof, dewijl wij ze dan in baar aeheel zouden voelen, en 'er voor de inbeelding geenè plaats zou overblijven om dezelve te vergrooten.

Dan, fchoon ik fmêrt gevoel, heeft de Heer, zoo ik vertrouw, mij genadiglijk bewaard van ongeduld en van morren tegen Hem, en 'er is, ondanks alle de redenkavelingen van vleesch en bloed, iets in mij, dat zonder achterhouding of uitzondering wenscht te zeggen: met mijn 'wil: maar des Heeren wil gefchiede'.

liet is eene troostvolle bedenking, dat Hi], met wieri wij'te doen hebben, onze Groote Hoogepriester, die eenmaal onze zonden weg gedaan heeft door de opoffering van Zichzelven, en thans geduuriglijk verfchijnt voor het aangezochte Gods, voor ons, niet alleenlijk een vrrjmagug Gezag en oneindig Alvermogen bezit, maar ook onze eigen Natuur draagt, en in den hoogften trap die teerhartigheid en dat mededoogen gevoelt, en oeffent, welken zoo ik begrijp, aan de menschïijke Natuur, in haaren yoimaakten itaat wezenlijk eigen zijn. De gantfche Gefehiedenis van ziin wonderbaar leven, .is vol van onnavolgbaare voorbeelden van deezen aart. Zijne ingewanden werden beweegd, eer zijn arm werd uitgeftrekt; Hij gewaardigde zijne traanen te mengen met die der treurenden, en weende over ongevallen die Hij voorneemends was te verhelpen. Hij n nog de zelfde, in zijnen verhoogden ftaat; zijn hart is nog de zetel van ontferming. Op eene wijze voor ons onbegrijpelijk, maar'beftaanbaar met zijne hoogfte1 Waardigheid en met zijne allervolmaaktfte Gelukzaligheid en Heerlijkheid, draagt Hij fteeds een medegevoel met zijn volk Toen Saulus 'de Leden vervolgde op aarde, klaagde het Hoofd in den hemel; en veeleer zal de tederhartigfte moeder "ongevoelig en onoplettend zijn voor het gefchre. en den nood van haaren zuigeling, dan de Heere Jefus het lijden zijner kaderen met onverfchillige oogen zou aanfehouwen.

Neen . met het oog, en het oor, en het hart van eenen

Vriend, geeft Hij acht op hunne fmerten; Hij telt hunne zulten, vergaêrc hunne traanen in zijne flesfehe; en wanneer onze feest" in het binnenfte van ons overftelpt is, dan kent Hii onzen weg . bepaalt den tijd en de maat onzer beproevingen , en befchikt alles, wat noodig is tot onze tegenwoordige onderfteuning, en tijdige verlosfing, mee die zelfde onfaalbaare wijsheid en nauwkeurigheid , met Nieuwe Ned. Bibl. lilde Deel. Ne. 10. N n wel-

Sluiten