Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 J. A. NOSSSELT,

Geleerde Schrijver eerst bij gedeeltens in het Hoogdniwcl» J.jdfcbr.fr de HMifche Anzeigen had geplaatst, maai naderhand afzonderlijk uitgegeeven. „ Dezelve" feliik de Heer Hamels veld 'er met reden van eeruiet) \ l\ lergefchikst om ongeftudeerde Christenen vast te Jtèllen in hun geloof, en de middelen aan de hand te greven waar door zq| bij zich zeiven geruw kunnen zijn, dat zij het beste deel hebben mtverkooren; middelen , welke, wel gebruikr hen behouden zullen, dat zij niet door öfeeti wind van worden'"'1 "Senber0erd ^ ^ ™ denvaardsReflingerd Om dit eenigermaaten rc doen zien, zullen wij onzen Leezer onder het oog Hellen, wat de hoofdzaak en hen belluit zij, waar toe men zich door alles, wat de Heer Noesselt in deeze Verhandelinge voorfchrijfr, beweer' f.n,b?™)*\■* }.<ïn laatfte" gebragt vinde. Ze zijn deeze, ge-" lijkthij fchnjft: ' ' ^

„ Om aan te toonen, dat onze gantfche gelukzaligheid zamen genomen , berust op deeze punten:

„ Opderegte kennis van het geen regt of onrrgt rs en het geen het zelfde is, op de regte kennis van het geen God van ons eischt of niet;

" j?p, getrouw opvolgen van deeze kennis d i on een fterk ftreeven naar gemoedelijkheid, of een'goed'w'. weeten; en ■ fi h1-

„ Op een onwrikbaar hartelijk vertrouwen op God of geloot in Hem, waarvan al ons wel of kwaaKik vaaren'afhangd. J

„ En om verder aan te toonen, dat eene leere ren Godsdienst, die geheel tot deeze drie ftukken ons ïeHr die een ieder , welke ze kent en gehoorzaamt, zeker tot dit drievoudig gelukt brengt, alleen Code bétaameliik U onze erkentenis en liefde waardig, en alleen van Hem öorJpronglijk."

Dit nader aangeweezen hebbende, vertoont- de A'uctetir waar het derhalven eigenlijk op aankome, a's wij vinden

Z\nlï?^f,--? ,leere van Christus zich door de ondervinding als Goddelijk bewijst.

„ Men vraage (zegt hij) zich dan eerftelijk af: ben ik

nu, na dat ik deeze leere gehoorzaamd heb, werklijk met

opzicht tot mijne gantfche kennis van God en zijnen gehee-

len wij beter geworden, dan ik te vooren was, als ik nog

niet als een Christen dagt en leefde, d. i. heb ik niet alleen

eene

Sluiten