Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5*0 W, Hurd, Oude en Tecenw. Staat enz.

zijn zouden, die geenen, welke met hem van het zelfde huisgezin waren; em wij hebben den tijd beleefd dat deeze voorfpèlling letterlijk is vervuld geworden. Deeze luiden gaven voor, te behooren tot de huishouding des Geloofs; en, mét dit alles, ontkenden zij deszelfs hoofdbeginzels. Dog laaten deeze en zoortgelijke begrippen de gemoederen van godvrügtigë eri, nederige Christenen nooit ontrusten. Gelijk het geheele gebouw van den Christelijken Godsdienst gegrondvest is op een ontwerp, beftaanbaar met de Goddelijke Eigenfchappen, en met den ftaat der gevallene natuur ftrookende, dus vertoont het ook dé kenmerken van oneindige wijsheid, onbeperkte barmhartigheid, onveranderlijke liefdé, kragtdaadige liefde en altoosduürënde heerlijkheid.

„ En zal God gedoogen dat zijn eigen beeld vertreederj wordt? Geenzins; hij zal zijne Kerk onderfchraagen om zijns Zoons wille, die zijn Moed heeft vergootén ter hei> ftellinge van ongelukkige fchepzelen in zijne gunst. En wat ook de boozen en ongeloovigen mogen lasteren, de heerlijkheid des Koningrijks van Christus zal allerleien tegenftand nedervellen; de menfchen zullen in hem gezegend worden, en alle Natiën zullen hem gelukzalig noemen. Jefus Christus zelve verklaarde, dat de Peerten der Helle zijne Kerk nooit zullen overweldigen. Door de Poorten moeten verftaan worden de Heerjchers of Regeerders: want van ouds zaten de Rechters in de poorten der Stad om rechtfpraak te doen, gelijk noch heden, onder zommige Natiën in Apen, gebruiklijk is. Maar 'er kan geen naam worden gevonden , zoo wel voegende voor die menfchen, welke, onder iden fchijn van Christenen re zijn, getragt hebben ons te doen gelooven, dat de onfterflijkheid deiziele een bloot verdichtzel is, dan die van belfche Rechters. Maar, gelijk de Kerk wierd gekogt door den dood van Christus, dus zal Gods alvermogende kragt het Koningrijk zijns doorluchtigen Zoons onderfchraagen."

Het geen, na het afhandelen der Godsdienften van blinde Afgodifche Volkeren, in dit Deel volgt over den Godsdienst der Proteftanten, is vooral ook leezens-waardig. Wij zouden te breed uitloopen, indien wij nog daar van een geregeld verflag wilden geeven. Hierom zullen wij liever daar omtrent iets berigten, wanneer een volgend Deel', waar in dëeze ftof verder behandeld moet worden, in het licht zal gekomen zijn.

Sluiten