Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE

LEERREDE.

O V i r

DE AANDOENLIJKHEID.

hom. XII: 15.

'Verblijdt u met dtn blijden, en weent met den weenenden,

D e beminnelijke geest van onzen heiligen godsdienst vertoont zich nergens duidelijker, dan in de zorge, welke zij heeft gedraagen, om den menfchen de gezellige pligten des leevens in te prenten. Dit is een der duidelijklle kenmerken, dat het een godsdienst is, welke een godlijken oorfprong heeft: want ieder leere , welke voortkoomt van den Vader der bermhartigheden , zal , ongetwijfeld , goedwilligheid en menfchenliefde ademen. Zodanig is de bedoeling der twee vermaaningen in onzen text , zich te verblijden met den blijden , en te weenen met den weenenden; de eene berekend ter voortplantinge van het geluk, de andere, ter verfigtinge van de zorgen onzer medefchepzelen; beiden zamenipannende tot het vormen van B $ die

Sluiten