Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a3 OVER DE AANDOENLIJKHEID.

Anderen verrigten deeze dienden enkel uit een be^inzel van pligt. Zij zijn lieden van koele aandoeningen , en misfchien van een baatzuchtig karakter. Maar, in tucht gehouden wordende door een bezef van godsdienst , en overtuigd dat zij verbonden zijn om weldaadigheid te oeffenen , vervullen zij den loop der betrekkelijke pligten kngs een geregelden leiddraad. Zulke menfchen han'elen uit geweeten en uit overtuiging. In zo verre doen zij wel, en zijn lofwaardig. Zij helpen hunne vrienden ; zij geeven aan de armen; zij doen regt aan allen. Doch welk eene geheel andere geaartheid verkrijgen de zelfde bedrijven, hoe veel lieflijker geur bezitten dezelve, wanneer zij uit de aandoenlijkheid van een gevoelig hart voortvloeien? Indien iemand niet genoopt worde door genegenheid, onderfteld zijnde zelf dat hij door overtuiging wordt bewerkt, zal hij niet verder gaan , dan ftrikte overtuiging blijkt te vorderen. Hij zal langzaam, en al tegenflreevende voortgaan. Voor zo veel het regtvaardigheid, en geene edelmoedigheid is , die hem voortduwt , •zal hem dikmaals als eene opgeleide taak drukken , 't geen hij geweetens halve verpligt is te volvoeren. Terwijl, daartegen, voor hem, die door deugdzaame Aandoenlijkheid gedreeven wordt, ieder betooning van weldaadigheid en menfchenliefde een vermaak is. Hij geeft, helpt en vertroost ,

Sluiten