Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALS HET EINDE DES GEBODS. Ü3

van ingewortelde boosaartigheid, of kwaaden wil omtrent onze natuurgenootcn , zonder ons te noopen om iemand van hun nuttig te zijn. Waare liefde is een wcrkdaadig beginzcl. Eigenlijk is het niet eene enkelvoudige deugd, maar eene geaartheid, huisvestende in het hart, als eene fontein, uit welke alle de deugden van goedwilligheid , opregtheid , verdraagzaamheid, edelmoedigheid, mededogen en weldadigheid, als zoo veele eigenaartige ftroomen, vloeien. Van algemeene goedwilligheid jegens allen, breidt zij haaren invloed uit, meer bijzonderlijk, tot de zulken, met welken wij in de naauw.fte betrekkingen (laan, en die binnen den kring onzer goede dienden zich onmiddelijk bevinden. Van het land of de gemeente, tot welke wij behooren, daalt zij neder tot de kleiner verbintcnisfen van buurfchap, bloedverwanten en vrienden, en vcrfpreidt zich over den geheelen kring van het gezellige en huislijke leeven. Mijne meening is niet, dat zij eene gemengde, niet onderfcheidende genegenheid bevat, welke, aan elk eenen op dezelve even veel aanfpraaks geeft. Liefde, indien wij haar zoo wijd wilden uitbreiden , zou eene onuitvoerbaare deugd worden, en zich in bloote woorden ontbinden, zonder het hart te raaken. De waare liefde heeft niet ten doel, B 4 ob-

Sluiten