Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3° DE LIEFDE

daadig nabuur was. Hoe veele jongelingen deeden hunne intrede in de waereld met uitmuntende gefchiktheden van hart; edelmoedig, goedwillig en menschlievend; minzaam jegens hunne vrienden, en beminnelijk onder allen , met welke zij verkeering hadden ? En egter, hoe dikmaals zagen wij alle deeze fraaie voorkomens ongelukkiglijk ver/tuiven in volgende leevensdagen, blootelijk door den invloed van losbandige en verbasterende vermaaken; en die zelfde perfoonen, die eens beloofden , een zegen voor de waereld te zullen worden, in 't einde voor de maat" fchappij tot last en fehade dienen? In de verkwistende uitgaven, welke hunne vermaaken vcroorzaaken, is eene voornaame reden te vinden van dien hcilloozen wisfelkeer, in hun karakter voorgevallen. Niet alleen doen zij de bronnen , uit welke de ftroomen van weldaadigheid moesten vloeien, opdroogen, maar zij noodzaaken hen ook menigmaalcn, geweld en wreedheid te pleegen tegen de zulken, welke zij verpligt waren te befchermen en te fchraagen.

Reinheid van hart en gedrag moet, derhalven, ■gehouden worden voor den grondflag van goedwilligheid en liefde, zoo wel als van algemeeno godsvrugt en deugd. De losbandigen, ik weet

het,

Sluiten